Nieuwsbrief 29 januari 2026

Inkomstenbelasting

Zonder klanten geen ondernemer

Een tandarts ontwikkelt een methode om mensen met tandartsangst te behandelen met paarden. Na zes jaar en € 278.000 euro verlies weigert de Belastingdienst verdere aftrek. Het hof bevestigt dat er zonder concrete acquisitieplannen en klanten geen sprake is van een onderneming. De droom blijft een hobby.

Van tandartspraktijk naar paardenmethode

Tot 2017 runt de tandarts een succesvolle praktijk. Ze ontwikkelt een innovatieve methode waarbij paarden worden ingezet bij de behandeling van tandartsangst. In 2015 start ze hiervoor een aparte eenmanszaak. Na verkoop van de tandartspraktijk in 2017 richt ze zich volledig op de paardenmethode. De cijfers zijn dramatisch. Van 2017 tot 2022 draait de onderneming alleen maar verlies. De omzet is miniem: € 589 in 2020, het jaar waarover deze zaak gaat. De tandarts houdt acht paarden, vier pony's, vijf ezels en diverse honden, maar behandelt nauwelijks cliënten.

Belastingdienst trekt de stekker eruit

In maart 2023 schrijft de inspecteur dat hij de activiteiten vanaf 2020 niet meer als bron van inkomen accepteert. De omzet is minimaal, terwijl de kosten torenhoog zijn. Een redelijke winstverwachting ontbreekt. Het verlies over 2020 mag niet worden afgetrokken. De tandarts protesteert. Ze wijst op haar bedrijfsplan, de mogelijkheden voor behandelsessies, opleidingen en licenties. De coronapandemie heeft roet in het eten gegooid. Bovendien volgt elke innovatie het S-curve-model: eerst verliezen, dan groeien.

Hof: potentieel zonder plan is onvoldoende

Het hof oordeelt dat de tandarts wel heeft uitgelegd wat het opbrengstpotentieel is, maar niet hoe ze dit gaat realiseren. Er zijn geen concrete acquisitieplannen aanwezig. Het merk is geregistreerd, maar dat alleen genereert geen omzet. Ook het in 2020 geschreven boek helpt niet. De tandarts onderbouwt niet hoe dit tot meer klanten leidt. De belangstelling uit de tandheelkundige wereld blijft vaag. Concrete samenwerkingen komen niet van de grond. Het verwachte scenario met licentie-inkomsten en opleidingen blijkt luchtfietserij.

Corona en S-curve redden het niet

Het coronaverweer faalt. Ook na de pandemie blijven de resultaten negatief. In 2023 bedraagt het verlies nog € 6.046. De S-curvetheorie (eerst verliezen bij innovatie, dan groei) overtuigt evenmin. Zonder concrete aanknopingspunten voor succes blijft het wishful thinking. Het houden van paarden en andere dieren maakt nog geen onderneming. Dit kan evengoed privé zijn.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Voldoende verwevenheid voor fiscale eenheid btw

Een holding verhuurt een pand inclusief inventaris aan een bv die een cafetaria en ijssalon exploiteert. De aandelen van zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die ook bestuurder is van beide. De inspecteur besluit om een fiscale eenheid vast te stellen tussen de bv en de holding. Zij voldoen aan de drie vereisten van een fiscale eenheid: financiële, organisatorische en economische verwevenheid.

Financiële verwevenheid

De aandelen in zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die hierdoor volledige zeggenschap heeft over beide vennootschappen. Dit maakt dat er sprake is van financiële verwevenheid.

Organisatorische verwevenheid

De aandeelhouder is via een andere vennootschap tevens bestuurder van zowel de holding als de bv. Dit betekent dat er sprake is van een gezamenlijke leiding, omdat hij voor beide vennootschappen beleidsbeslissingen kan nemen en hun strategieën kan bepalen.

Economische verwevenheid

De holding verhuurt een pand en inventaris aan de bv Dit resulteert in omzet uit deze onderlinge relaties. Deze economische banden zijn volgens het hof niet verwaarloosbaar, aangezien ruim 34% van de omzet van de holding afkomstig is van de bv.

Fiscale eenheid

Het hof beoordeelt deze drie verwevenheden in samenhang en concludeert dat de holding en de bv, ondanks hun juridische zelfstandigheid, zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij voor de omzetbelasting als één ondernemer moeten worden aangemerkt. Dit rechtvaardigt het bestaan van een fiscale eenheid.


Lees meer  
 

Vennootschapsbelasting

Marktconforme rente geen vrijbrief voor aftrek bij kunstmatige constructie

Een bv leent geld van een Belgische groepsvennootschap om een belang in een andere vennootschap te verwerven. De rente is marktconform, maar de inspecteur weigert de aftrek op grond van het antiwinstdrainage-artikel in de vpb. De bv stelt dat een lening tegen zakelijke voorwaarden per definitie geen kunstmatige constructie is. Het gerechtshof oordeelt dat belastingbesparing de doorslaggevende reden is voor de financieringsstructuur. Houdt de renteaftrekbeperking stand bij de Hoge Raad?

De casus

Een Nederlandse bv verwerft een belang in een andere vennootschap. De financiering loopt via een in België gevestigde groepsvennootschap met de status van coördinatiecentrum. Deze Belgische vennootschap verstrekt leningen aan de bv. De rente op deze leningen voldoet aan het arm's length-beginsel. De voorwaarden zijn marktconform. De inspecteur past het antiwinstdrainage-artikel (artikel 10a vpb) toe en weigert de renteaftrek volledig. Volgens de inspecteur maakt de lening deel uit van een kunstmatige constructie, waarbij eigen vermogen van de groep wordt omgezet in vreemd vermogen bij de Nederlandse bv.

Het geschil

De bv beroept zich op het Lexel-arrest van het Hof van Justitie. Volgens dat arrest is een lening tegen marktconforme voorwaarden geen kunstmatige constructie. De bv stelt dat de renteaftrekbeperking in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging. Het gerechtshof oordeelt dat belastingbesparing de doorslaggevende reden is voor het omleiden van geldstromen via het Belgische coördinatiecentrum. De Belgische vennootschap functioneert als doorgeefluik en vervult geen echte financiële functie bij deze specifieke transactie. De Hoge Raad stelt hierover prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Het oordeel

Het Hof van Justitie oordeelt dat artikel 10a niet in strijd is met EU-recht. Een marktconforme rente betekent niet automatisch dat er geen sprake is van een kunstmatige constructie. Doorslaggevend is of fiscale motieven de reden vormen voor het aangaan van de lening. De Hoge Raad volgt dit oordeel. Het feit dat de leningsvoorwaarden at arm's length zijn, sluit niet uit dat de lening elke economische rechtvaardiging ontbeert. In dit geval dient de omleiding via België uitsluitend om belasting te besparen. De volledige weigering van renteaftrek is evenredig, omdat de Belastingdienst een kunstmatige constructie volledig mag negeren.


Lees meer  
 

Arbeidsrecht

Gerechtshof: Uber chauffeurs zijn niet altijd werknemer

Het gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van FNV dat alle chauffeurs of groepen van chauffeurs van Uber werknemer zijn af. Het hof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer en geen werknemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof overweegt verder dat het wel mogelijk is dat individuele chauffeurs van Uber werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In deze procedure heeft het hof dat niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen.

De rechtbank besliste eerder dat alle Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep. In het hoger beroep stelde het gerechtshof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Die hadden betrekking op de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen. De Hoge Raad antwoordde dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten. Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. Voor zover er wel een oordeel kan worden gegeven voor bepaalde (groepen) werkenden, kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.


Lees meer  
 

Successiewet

Notariële akte bewijst mondelinge schenking van miljoenen

Een vader schenkt in januari certificaten ter waarde van miljoenen aan zijn kinderen. Dit wordt later bevestigd in een notariële akte in april. Volgens de Belastingdienst vindt de schenking pas op dat moment plaats. De notaris bevestigt dat de schenking al mondeling op 24 januari 2018 plaatsvond. Het verschil betekent een forse naheffing. De rechter moet eraan te pas komen om de vraag te beantwoorden wanneer precies de schenking tot stand kwam.

Wat speelde er?

Een vader houdt via zijn holding aandelen in twee bv’s. Deze aandelen verkoopt hij op 24 januari. Een deel van de koopsom bestaat uit aandelen in een andere bv. Diezelfde dag richt vader een stichting op waaraan hij de ontvangen aandelen doorverkoopt. De stichting geeft certificaten uit, die de vader aan zijn drie kinderen schenkt. De zoon doet in september aangifte schenkbelasting over een bedrag van € 2,7 miljoen, met als schenkingsdatum 24 januari. Bij de aangifte voegt hij een notariële akte van 17 april, waarin de notaris bevestigt dat de schenking op 24 januari mondeling heeft plaatsgevonden. De Belastingdienst legt conform deze aangifte een aanslag op.

Belastingdienst draait bij na onderzoek

Jaren later onderzoekt een andere inspecteur de miljoenentransactie. Hij stuit daarbij op een eerdere akte van 13 april, waarin staat dat de vader alle certificaten houdt. De inspecteur concludeert dat de schenking niet in januari, maar pas in april bij de notariële akte plaatsvond. De waarde van de certificaten is dan gestegen. De zoon moet een nieuwe aanslag betalen over € 9,3 miljoen in plaats van over € 2,7 miljoen.

Notaris had instructies vooraf

De rechtbank veegt het argument van de inspecteur, dat de vader volgens de akte van 13 april nog houder was van alle certificaten, van tafel. De ongelukkige formulering in deze akte staat er niet aan in de weg dat de schenking al op 24 januari heeft plaatsgevonden. In de notariële akte van 17 april staat expliciet dat het aanbod tot schenking op 24 januari is gedaan en door de kinderen is aanvaard. In de akte staat precies welke certificaten aan welk kind zijn geschonken op die datum. Cruciaal is een e-mail van 18 januari waarin de notaris instructies ontvangt via een stappenplan voor de op te stellen stukken. Dit bewijst dat de schenking al vóór 24 januari was voorbereid. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de notariële verklaring te twijfelen. Ook de complexiteit van de transactie betekent niet dat mondelinge schenking onmogelijk is.


Lees meer  
 

Subsidies

Kabinet investeert in projecten rondom 'Gezond naar het pensioen'

Het kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties willen zo veel mogelijk mensen gezond de AOW-leeftijd laten bereiken. Juist bij zwaar werk vraagt dit een extra inzet. Daarom zijn er afspraken gemaakt over hoe ze daar de komende jaren samen aan gaan werken. Tot en met 2030 wordt ongeveer € 200 miljoen ingezet voor projecten en innovaties die bij moeten dragen aan duurzame inzetbaarheid.

Er wordt ingezet op verschillende maatregelen om zwaar werk te voorkomen en verlichten. Er komt een subsidie voor samenwerkingsverbanden en mkb om projecten te starten die zwaar werk voorkomen of verlichten. Ook wordt er bijgedragen aan onderzoeks- en innovatiecentrum FRAIM. Dit onderdeel van TU Delft helpt met innovatielabs mkb-bedrijven om oplossingen te ontwikkelen en te verspreiden die zwaar fysiek werk minder zwaar maken.

Ten derde komt er geld beschikbaar voor projecten waarbij wetenschappelijke kennis of kennis uit de praktijk over zwaar werk wordt doorontwikkeld. Deze kennis kan daardoor beter en vaker worden toegepast door andere sectoren, bedrijven of organisaties. Vakbonden, werkgevers en het ministerie gaan hier de komende periode samen meer invulling aan geven.

Tot slot realiseert TNO een expertisecentrum zwaar werk dat onder andere een kennisprogramma opzet, gericht op het verzamelen en delen van kennis rond zwaar werk, Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) en duurzame inzetbaarheid.


Lees meer  
 

Formeel recht

Geen beroepsmatige rechtsbijstand, geen kostenvergoeding

Om in aanmerking te komen voor proceskostenvergoeding moet de verleende rechtsbijstand beroepsmatig zijn. Van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is volgens vaste rechtspraak sprake als het verlenen van rechtsbijstand door de rechtsbijstandverlener een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. Waar het om gaat, is dat het verlenen van rechtsbijstand behoort tot iemands beroepsmatige taak.

Bezwaar gemeentelijke heffingen

Een man maakt bezwaar tegen zijn aanslag voor lokale heffingen, waaronder de onroerendezaakbelasting en rioolheffing. Tijdens de bezwaarprocedure vernietigt de gemeente een deel van de aanslagen. Toch weigert de gemeente een proceskostenvergoeding toe te kennen. Zij stelt dat de gemachtigde van de man geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent, omdat hij telkens gelieerde personen met dezelfde achternaam vertegenwoordigt.

Gemachtigde

De man gaat hier niet mee akkoord en gaat in beroep. Dat zijn gemachtigde familie is, hoeft er volgens hem niet aan in de weg te staan dat de rechtsbijstand kan worden aangemerkt als door een derde verleend. De man geeft aan dat zijn gemachtigde een professioneel kantoor is, vier mensen in dienst heeft en de grootste adviseur is van diverse supermarkten, drogisten en slijterijen. De gemachtigde geeft aan lid te zijn van Fiscount Adviesgroep en van Register Belastingadviseurs. Tevens leggen zij een uitspraak van een andere gemeente over, waarbij wel proceskostenvergoeding werd ontvangen.

Buiten familiekring?

De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk maakt dat zijn gemachtigde ook buiten familiekring op duurzame wijze zijn diensten aanbiedt. Dat hij vanwege privacy verder geen informatie over zijn andere cliënten kan geven, vindt de rechtbank onvoldoende. De rechtbank ziet niet in waarom het niet mogelijk zou zijn om aan de hand van andere informatie dan persoonsgegevens een concreter beeld te geven van de (omvang van de) gestelde, duurzame beroepsuitoefening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af. 


Lees meer  
 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.