Home » Nieuwsbrief » Nieuwsbrief 13 januari 2022

Nieuwsbrief 13 januari 2022

Loonbelasting

Verzoek toepassing 30%-regeling afgewezen

De 30%-regeling is een bijzondere regeling in de loonbelasting voor uit het buitenland aangeworven werknemers met een bijzondere deskundigheid. Ter onderbouwing van die bijzondere deskundigheid geldt een salarisnorm, waaraan de werknemer moet voldoen. De 30%-regeling houdt in dat 30% van de som van het salaris en de vergoeding voor extra kosten voor verblijf buiten het land van herkomst onbelast mag worden betaald.

Aan de salarisnorm moet worden voldaan op het moment waarop de arbeidsovereenkomst wordt gesloten. Met een variabel deel van de beloning wordt geen rekening gehouden vanwege de onzekerheid daarvan. Het achteraf aanpassen van de arbeidsovereenkomst, waardoor het vaste salaris wel voldoet aan de salarisnorm, heeft niet tot gevolg dat de 30%-regeling alsnog kan worden toegepast omdat het toetsmoment voor de hoogte van het salaris al verstreken is.


Lees meer  
 

Ondernemingswinst

Invloed kopers voordeel landbouwgrond op verkrijgingsprijs aandelen

De inbreng van een onderneming in een bv geldt in beginsel als de beëindiging van de onderneming. Bij de beëindiging van een onderneming moet in beginsel inkomstenbelasting worden betaald over in de onderneming aanwezige meerwaarden en reserves. Geruisloze omzetting van een onderneming, dat wil zeggen inbreng zonder belastingheffing, is mogelijk als aan bepaalde standaardvoorwaarden is voldaan. Een van deze standaardvoorwaarden bepaalt dat de verkrijgingsprijs van de bij de inbreng verkregen aandelen wordt gesteld op de som van de fiscale boekwaarden van de ingebrachte vermogensbestanddelen. Als een voordeel, dat zou zijn behaald bij een ruisende inbreng, zou zijn vrijgesteld op grond van de landbouwvrijstelling, wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen verhoogd met dit voordeel. De landbouwvrijstelling houdt in dat de waardeverandering van landbouwgrond is vrijgesteld, voor zover deze waardeverandering is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van het gebruik van de grond in een landbouwbedrijf. De landbouwvrijstelling is pas van toepassing als het gehele risico van waardeverandering van de grond is overgegaan.

De vraag in een procedure was wat de invloed van de aankoop van landbouwgrond was op de verkrijgingsprijs van de aandelen bij de latere inbreng van een onderneming in een bv. De koopsom van de grond in 2010 bedroeg € 575.000. Volgens een taxatie van de Belastingdienst was de waarde in 2010 € 754.209. Het verschil tussen de getaxeerde waarde en de koopsom was een kopersvoordeel, dat niet in de verkrijgingsprijs van de aandelen tot uitdrukking diende te komen, omdat daarop de landbouwvrijstelling niet van toepassing zou zijn bij vervreemding van de grond. Volgens de rechtbank heeft de Belastingdienst de grond niet te hoog getaxeerd.

De belanghebbende meende dat de landbouwvrijstelling van toepassing was op het verschil tussen de getaxeerde waarde en de koopsom omdat de economische eigendom van de grond al eerder was verkregen. De rechtbank deelde deze opvatting niet omdat de grond voor de aankoop door de belanghebbende werd gepacht.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Geen zakelijke reden voor aandelenfusie

Bij de vervreemding van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren moet inkomstenbelasting worden betaald over het daarbij behaalde voordeel. Dat hoeft niet als sprake is van een aandelenfusie. Een aandelenfusie wordt aanwezig geacht als een vennootschap tegen uitreiking van eigen aandelen zoveel aandelen in een andere vennootschap verwerft dat zij meer dan de helft van de stemrechten in die vennootschap kan uitoefenen.

Er is geen sprake van een aandelenfusie als een bijbetaling in geld meer dan 10% van de nominale waarde van de uitgereikte aandelen bedraagt of de fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Dat laatste is het geval als zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de werkzaamheden, voor de fusie ontbreken.

Een belastingplichtige kan de Belastingdienst de vraag voorleggen of sprake is van een aandelenfusie. De inspecteur beslist daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking.

De Belastingdienst meende dat een voorgenomen aandelenfusie niet zou plaats vinden op grond van zakelijke overwegingen. Het doel was om de kinderen van de dga op financieel gunstige wijze te laten deelnemen in de vermogende bv van de dga. De gewone aandelen van de bv zouden worden omgezet in preferente aandelen. Aan de kinderen zouden nieuwe, gewone aandelen worden uitgereikt. De preferente aandelen zijn niet te vereenzelvigen met de oude, gewone aandelen. De omvorming van de aandelen zonder voorafgaande aandelenruil zou als een vervreemding van het gehele aandelenpakket van de dga worden aangemerkt. De voorgenomen aandelenruil is bedoeld om de belastingheffing over de meerwaarde van de aandelen te voorkomen. Daarom is volgens de Belastingdienst de constructie in overwegende mate gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.

De rechtbank is van oordeel dat de door de dga aangevoerde zakelijke argumenten volstrekt marginaal zijn ten opzichte van het voordeel van het ontgaan of uitstellen van deze inkomstenbelasting. De genoemde zakelijke overwegingen zijn volgens de rechtbank te algemeen en niet concreet. De voorgenomen fusie vindt daarom niet plaats op grond van zakelijke overwegingen.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Geen vrijstelling omzetbelasting voor beheer van pensioenvermogen

De Wet op de omzetbelasting kent een vrijstelling van belasting voor de handel en bemiddeling in effecten en voor het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens.

Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EU moeten beleggingsfondsen, die geen instelling voor collectieve belegging (icbe) zijn, maar dezelfde kenmerken vertonen en dezelfde handelingen verrichten, als gemeenschappelijke beleggingsfondsen worden aangemerkt. Volgens het Hof van Justitie EU kunnen pensioenfondsen als gemeenschappelijk beleggingsfonds worden aangemerkt wanneer zij worden gefinancierd door de pensioenontvangers, het spaargeld wordt belegd volgens het beginsel van risicospreiding en het beleggingsrisico wordt gedragen door de leden van het pensioenfonds.

Een ondernemingspensioenfonds claimde toepassing van de vrijstelling van omzetbelasting voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen. In geschil was of het pensioenfonds voldeed aan het criterium dat het beleggingsrisico wordt gedragen door de leden van het pensioenfonds en of de gevolgen daarvan voor de hoogte van hun pensioenuitkeringen van voldoende betekenis zijn om deze gelijk te stellen met het risico dat deelnemers van een icbe dragen.

In navolging van de rechtbank Noord Holland beantwoordde Hof Amsterdam deze vraag ontkennend. De negatieve risico’s van de deelnemers bestaan uit niet-indexatie van de uitkeringen en de matiging van pensioenaanspraken van nog niet gepensioneerde deelnemers. De hoogte van de aanspraken en de daarop volgende uitkeringen zijn primair gebaseerd op het aantal dienstjaren en het salaris van de deelnemer en niet op de resultaten van de beleggingen.

Evenmin was sprake van bemiddeling in effecten. Het deel van de activiteiten dat wellicht als zodanig zou zijn aan te merken was dermate gering dat het wegvalt in de overige activiteiten. De vrijstelling is niet van toepassing op de diensten van het pensioenfonds.


Lees meer  
 

Arbeidsrecht

Controle e-mailverkeer werknemer is inbreuk op privacy

Een werknemer heeft recht op bescherming van zijn privacy. Dat recht geldt ook voor e-mailberichten die de werknemer heeft verstuurd vanaf de zakelijke werkplek van de werkgever. De werkgever kan de e-mailberichten van een werknemer alleen controleren als voor de werknemer kenbaar is dat zijn e-mailberichten kunnen worden gecontroleerd, bijvoorbeeld via een personeelsreglement of de arbeidsovereenkomst, er sprake is van een gerechtvaardigd doel en er voldaan is aan de proportionaliteitseis.

Een werkgever en een werknemer sloten een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van de dienstbetrekking van de werknemer. Volgens deze overeenkomst was de werknemer met onmiddellijke ingang vrijgesteld van werkzaamheden en betaalde de werkgever het salaris door tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft op de dag waarop de vaststellingsovereenkomst werd gesloten de zakelijke e-mails van de werknemer gecontroleerd, volgens de werkgever om een aantal dossiers te completeren.

Volgens Hof Den Bosch vormde dat een inbreuk op de privacy van de werknemer. Voor de werknemer was niet kenbaar dat zijn e-mailberichten konden worden gecontroleerd. Controle van die berichten door de werkgever is dan alleen toelaatbaar onder zodanige omstandigheden, dat het geen twijfel lijdt dat een gerechtvaardigd doel wordt gediend en dat is voldaan aan de proportionaliteitseis. In dit geval ontbrak een rechtvaardiging voor de inbreuk op de privacy van de werknemer. Het hof zag niet in waarom de werkgever niet om toestemming voor inzage van de e-mails heeft gevraagd aan de werknemer. De schending van de privacy opende de mogelijkheid van het vorderen van schadevergoeding. De werknemer slaagde er echter niet in aannemelijk te maken dat hij door de inbreuk schade had geleden.

Gezien het wettelijk stelsel van vergoeding van werkelijke schade voert het volgens het hof te ver om ook in dit geval een al dan niet symbolisch bedrag aan schadevergoeding toe te kennen.


Lees meer  
 

Arbeidsovereenkomst niet opgezegd

Een werknemer vorderde in een procedure voor de kantonrechter de vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De werkgever deelde de werknemer in een whatsappbericht mee dat het bedrijf stopte. Volgens de kantonrechter is dat geen opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging is daarom afgewezen. De kantonrechter heeft de loonvordering van de werknemer wel toegewezen. Omdat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, is de loondoorbetalingsplicht blijven bestaan. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer tot wedertewerkstelling afgewezen, omdat de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt en het faillissement van de werkgever is aangevraagd.


Lees meer  
 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.