Home » Nieuwsbrief » Nieuwsbrief 17 december 2021

Nieuwsbrief 17 december 2021

Belastingplan

Wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2022 aangenomen

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2022 als hamerstuk aangenomen. Daarbij is de PVV-fractie aantekening verleend. Dat wil zeggen dat de fractie, als er stemming zou hebben plaatsgevonden over dit wetsvoorstel, tegen zouden hebben gestemd. Het wetsvoorstel wijzigt een aantal fiscale wetten. De meeste wijzigingen zijn technisch of redactioneel van aard. Het voorstel bevat ook enkele inhoudelijke wijzigingen. De maatregelen in dit wetsvoorstel hebben geen gevolgen voor het budgettaire beeld.

Dit wetsvoorstel bevat:

  • de invoering van een inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting voor vennootschappen met landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet;
  • een aantal wijzigingen in de Algemene douanewet;
  • een technische aanpassing in de afvalstoffenbelasting;
  • het invoeren van een nieuwe rentebepaling in de Invorderingswet;
  • het vervallen van de horizonbepaling over het bodemrecht van de Belastingdienst in de Invorderingswet;
  • het opnemen van een algemene antimisbruikmaatregel in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen; en
  • redactionele wijzigingen in de Wet op de loonbelasting en de Invorderingswet.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022

De voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022 is gebaseerd op de meest recente gegevens waarover de Belastingdienst beschikt. Dat kan zijn de voorlopige aanslag 2021 of de meest recente definitieve aanslag inkomstenbelasting. Bij het verzoek om wijziging van een voorlopige aanslag stelt de Belastingdienst voor het eerst een optimale verdeling van gemeenschappelijke aftrekposten in de berekening van de aanslag voor, op basis van een reeks berekeningen. Mensen kunnen echter kiezen voor een andere dan de voorgestelde verdeling van bedragen.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Aftrek voorbelasting voor short-stayappartementen

Als hoofdregel geldt dat de verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van omzetbelasting. Er geldt een uitzondering van de vrijstelling voor de verhuur in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. Op het verstrekken van logies binnen het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf is het lage tarief van de omzetbelasting van toepassing.

Van verblijf voor een korte periode is sprake als personen maximaal zes maanden in een accommodatie verblijven en zij het middelpunt van hun maatschappelijk leven niet daarheen verplaatsen. Van belang is of de verhuurder in het huurcontract een maximale huurtermijn van zes maanden heeft vastgelegd. Bij verhuur voor een langere periode dan zes maanden rust op de verhuurder de bewijslast om aannemelijk te maken dat sprake is van verblijf voor een korte periode.

De vraag in een procedure was of de uitzondering van de vrijstelling van omzetbelasting van toepassing was op de verhuur van appartementen aan een tussenpersoon, die deze voor eigen rekening doorverhuurde aan eindgebruikers. Volgens de tekst van de huurovereenkomst was verhuur voor een periode langer dan zes maanden toegestaan. De verhuurder stelde zich op het standpunt dat de tekst van de huurovereenkomst niet doorslaggevend was, omdat uit alle overige omstandigheden volgde dat het oogmerk altijd is geweest om de appartementen te gebruiken voor short-stayverhuur. Volgens de rechtbank moet bij de uitleg van de overeenkomst de Haviltex-maatstaf worden toegepast. In het Haviltex-arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat de uitleg van een overeenkomst niet alleen zuiver taalkundig moet gebeuren, maar dat rekening moet worden gehouden met de zin die partijen aan een bepaling toekennen en wat zij daarbij van elkaar mogen verwachten.

De rechtbank kwam tot het oordeel dat de huurovereenkomst zo moest worden uitgelegd dat partijen de bedoeling hadden om de appartementen slechts te verhuren voor periodes korter dan zes maanden. Bij verhuur voor een langere periode liepen partijen het risico om de short-stayvergunning te verspelen. Voor het opmaken van de huurovereenkomst tussen eigenaar en tussenpersoon is gebruik gemaakt van een modelovereenkomst. De rechtbank vond aannemelijk dat de verwijzing naar verhuur voor een periode langer dan zes maanden in de huurovereenkomst berustte op een misslag en niet de wilsovereenstemming van partijen uitdrukte. Naar het oordeel van de rechtbank was geen sprake van vrijgestelde verhuur.

De rechtbank vond aannemelijk gemaakt dat de eigenaar al voor de aanvang van de verbouwing van het appartementencomplex de intentie heeft gehad om alle appartementen te verhuren in het kader van short-stay. Deze intentie heeft zich geopenbaard in de bouwplannen die in 2012 zijn opgesteld en tot uitvoering zijn gekomen. Dat de vergunning pas na de verbouwing is aangevraagd had als reden te voorkomen dat de termijn waarvoor die vergunning geldt niet volledig zou kunnen worden benut.


Lees meer  
 

Onroerende zaken

Maximum WOZ-waarde voor verhuurderheffing 2022

De verhuurderheffing wordt geheven van verhuurders met meer dan vijftig huurwoningen. De verhuurderheffing wordt berekend over de som van de WOZ-waarden van alle huurwoningen van de verhuurder, verminderd met vijftigmaal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.

Voor de verhuurderheffing is de WOZ-waarde van de huurwoningen gemaximeerd. De verhuurderheffing wordt derhalve berekend over de werkelijke WOZ-waarde, voor zover die lager is dan of gelijk is aan de maximale WOZ-waarde. Als de werkelijke WOZ-waarde hoger is dan de vastgestelde maximale WOZ-waarde, wordt voor de verhuurderheffing gerekend met die maximale waarde. De maximale WOZ-waarde wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld. Voor 2022 is het maximum vastgesteld op € 345.000. Het maximum voor 2021 bedraagt € 315.000.


Lees meer  
 

Sociale verzekeringen

Premiepercentages zorgverzekering 2022

De minister van VWS heeft de premiepercentages voor de Zorgverzekeringswet voor 2022 vastgesteld. De hoge premie daalt van 7,0% in 2021 naar 6,75% in 2022. De lage premie daalt van 5,75% in 2021 naar 5,5% in 2022. De hoge premie wordt betaald door inhoudingsplichtigen. De lage premie geldt voor zelfstandigen en dga’s. De premie is verschuldigd over het premieloon, met een maximum van € 59.706 in 2022. In 2021 bedraagt het maximum premieloon € 58.311.


Lees meer  
 

Dividendbelasting

Vierde nota van wijziging initiatiefwetsvoorstel exitheffing

Het initiatiefwetsvoorstel voor een exitheffing dividendbelasting van Groen Links wordt voor de vierde keer gewijzigd. Doel van het wetsvoorstel is de Nederlandse dividendbelastingclaim op de winstreserves van een vennootschap zoveel mogelijk zeker te stellen wanneer een vennootschap Nederland verlaat. Dat gebeurt door het opleggen van een aanslag dividendbelasting aan een in Nederland gevestigde vennootschap die vertrekt naar een kwalificerende staat. Deze vennootschap wordt geacht voor de zetelverplaatsing al haar winstreserves te hebben uitgekeerd, voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. Op het wetsvoorstel is veel kritiek gekomen. Die kritiek is aanleiding geweest om het wetsvoorstel nog eens grondig te bezien. De belangrijkste aanpassingen zijn:

  • De exit-heffing dividendbelasting zal alleen worden geheven van beleggers in non-EU/EER-staten, waarmee Nederland geen belastingverdrag heeft gesloten. Voor andere beleggers geldt een inhoudingsvrijstelling. De vennootschap moet binnen een maand na vertrek aan de Belastingdienst een verklaring verstrekken waaruit blijkt in hoeverre aan de voorgestelde inhoudingsvrijstelling is voldaan.
  • De exit-heffing dividendbelasting is verschuldigd als een vennootschap vertrekt naar een non-EU/EER-staat, die geen dividendbelasting kent of die een step-up geeft bij binnenkomst. Hierdoor wordt strijd met de Europeesrechtelijke vrijheid van vestiging vermeden.
  • In plaats van door middel van een conserverende naheffingsaanslag wordt de voorgestelde exit-heffing dividendbelasting via een reguliere aanslag geheven, zonder de mogelijkheid van uitstel van betaling of kwijtschelding. De vennootschap is op grond van de bestaande wet op de dividendbelasting bevoegd de verschuldigde dividendbelasting over het exit-dividend te verhalen op de aandeelhouder.
  • Er wordt een aanvullende maatregel voorgesteld waardoor een naar vreemd recht opgerichte vennootschap onder omstandigheden voor fiscale doeleinden nog tien jaar na de verplaatsing van de werkelijke leiding in Nederland wordt geacht te zijn gevestigd. Dit is een variant op de vestigingsplaatsfictie voor naar Nederlands recht opgerichte vennootschappen.
  • De terugwerkende kracht van het wetsvoorstel wordt beperkt tot woensdag 8 december 2021, 09.00 uur.

De voorgestelde inhoudingsvrijstelling voor bepaalde portfolio-aandeelhouders moet het risico beperken dat de exit-heffing door de rechter in strijd wordt geacht met door Nederland gesloten belastingverdragen.


Lees meer  
 

Formeel recht

Concept ministeriële regeling inspectie belastingen, toeslagen en douane

Per 1 januari 2022 komt er een inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD). De IBTD staat onder leiding van de inspecteur-generaal. De IBTD heeft als taak het houden van toezicht op de directoraten-generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane. Dat toezicht heeft zowel betrekking op de taakuitvoering als op de aansturing en de samenwerkingsrelaties in het kader van die uitvoering. Het is de taak van de inspectie om structurele en incidentele problemen in de kwaliteit van de uitvoering door de diensten te signaleren, te onderzoeken en te agenderen. Het is vervolgens aan de minister van Financiën om al dan niet te interveniëren.

De minister van Financiën heeft het concept van een ministeriële regeling waarin de bevoegdheden en de werkwijze van de IBTD worden vastgelegd naar de Tweede Kamer gestuurd. Het streven is dat de regeling per 1 januari 2022 in werking treedt. Om die reden verzoekt de minister de Kamer om de regeling spoedig te behandelen.

Bij het opstellen van de regeling is veel aandacht besteed aan de borging van de onafhankelijkheid van de IBTD, de contacten met de Staten-Generaal en de informatievoorziening aan de IBTD. In verband met deze onafhankelijkheid zal het hoofd van de IBTD, de inspecteur-generaal, geen deel uitmaken van de Bestuursraad van het ministerie van Financiën en niet worden gehuisvest in een gebouw van het ministerie van Financiën.


Lees meer  
 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.