Nieuwsbrief 7 oktober 2021

Belastingplan

Moties met betrekking tot Belastingplan 2022

De Tweede Kamer heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen twee moties aangenomen, die betrekking hebben op het Belastingplan 2022.

In de motie Hermans wordt de regering opgeroepen om:

  • de verhuurderheffing te verlagen;
  • de opslag duurzame energie in de eerste schijf voor huishoudens op elektriciteit te verlagen en de belastingvermindering Energiebelasting te verhogen;
  • de opslag duurzame energie op elektriciteit in de tweede en derde schijf voor het mkb te verlagen;
  • de algemene heffingskorting te verhogen.

Om deze maatregelen te financieren wordt geput uit het voor de BIK bestemde budget van € 1 miljard en moet de earningsstrippingmaatregel in de vennootschapsbelasting worden verzwaard.

In de motie Eerdmans wordt de regering opgeroepen om te komen met een wettelijke regeling voor zelfstandig ondernemerschap, waarin de rechtspositie van zzp’ers wordt vastgelegd.


Lees meer  
 

Nota van wijziging Overige fiscale maatregelen 2022

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging betreffende het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2022 ingediend. De nota bevat enkele wijzigingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet bronbelasting 2021.

Vennootschapsbelasting
De Hoge Raad heeft onlangs nadere uitleg gegeven over de samenloop tussen de verliesverrekeningsregels en het fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting. De uitleg kan ertoe leiden dat houdster- en groepsfinancieringsverliezen verrekend kunnen worden met niet-houdster- en groepsfinancieringswinsten met mogelijk een aanzienlijke budgettaire derving. Daarom wordt voorgesteld om voornoemd arrest te repareren.

Volgens de tot 1 januari 2019 bestaande houdsterverliesregeling zijn houdsterverliezen alleen verrekenbaar met houdsterwinsten. Voor op 1 januari 2019 nog niet verrekende houdsterverliezen geldt overgangsrecht waardoor deze verliezen slechts verrekenbaar blijven met houdsterwinsten.

Per 1 januari 2022 wijzigt de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting. Daardoor worden ook de dan nog bestaande houdsterverliezen onbeperkt voorwaarts in de tijd verrekenbaar. Voor de verrekening van verliezen binnen de fiscale eenheid geldt dat de verliezen die door een maatschappij zijn geleden vóór de opname in de fiscale eenheid in beginsel slechts verrekend kunnen worden met winst van de fiscale eenheid voor zover die winst aan die maatschappij is toe te rekenen. De aan een dochtermaatschappij, die vanaf de oprichting in de fiscale eenheid is opgenomen, toe te rekenen winsten worden aangemerkt als winsten van de maatschappij die deze dochtermaatschappij heeft opgericht. Volgens de Hoge Raad kan de (houdster)maatschappij die de dochtermaatschappij heeft opgericht haar voorvoegingshoudsterverliezen verrekenen met als haar winst aangemerkte niet-houdsterwinst van deze dochtermaatschappij. Deze uitleg houdt geen rekening met doel en strekking van de houdsterverliesregeling.

Voorgesteld wordt nu dat als winst van een bij oprichting gevoegde dochtermaatschappij wordt aangemerkt als winst van een maatschappij en die maatschappij verliezen heeft waarop de houdsterverliesregeling van toepassing is, de werkzaamheden en het vermogen van die dochtermaatschappij worden aangemerkt als werkzaamheden en vermogen van de (houdster)maatschappij die deze dochtermaatschappij heeft opgericht naar rato van haar kapitaalinbreng. Hiermee wordt de uitleg zoals de Belastingdienst die voorheen hanteerde per 1 januari 2022 in de wet vastgelegd.

Wet bronbelasting 2021
Het begrip vaste inrichting in Nederland voor toepassing van de bronbelasting wordt per 1 januari 2022 aangepast. Hierdoor wordt ook bronbelasting geheven over rente- en royaltybetalingen, voor zover deze toerekenbaar zijn aan specifieke Nederlandse bronnen, zoals in Nederland gelegen onroerende zaken.

Hybride lichamen zijn niet langer belastingplichtig voor de bronbelasting als niet ten minste één van de achterliggende gerechtigden een kwalificerend belang heeft in het hybride lichaam. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 januari 2021.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Goedkeuring aftrek voorbelasting

Ondernemers hebben geen recht op aftrek van de btw die in rekening is gebracht voor spijzen en dranken die worden genuttigd in de horeca en aanverwante bedrijven.

In de praktijk komt het voor dat de verstrekking van spijzen en dranken wordt uitbesteed aan een ondernemer, die deze prestatie weer uitbesteedt aan een andere ondernemer. Deze prestatie wordt dan opvolgend aan verscheidene ondernemers verricht. Bij al deze ondernemers is de aftrek van de in rekening gebrachte btw dan uitgesloten. De staatssecretaris van Financiën heeft vooruitlopend op een wetswijziging goedgekeurd, dat ondernemers wel recht hebben op aftrek van btw als zij de prestatie van het verstrekken van spijzen en dranken niet afnemen als eindgebruiker, maar deze prestatie verrichten en doorbelasten aan een derde en ter zake btw in rekening moeten brengen.

Voor toepassing van de goedkeuring geldt als voorwaarde dat de ondernemer op de factuur aan zijn afnemer aangeeft dat het gaat om een verstrekking van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse. Daarmee is duidelijk dat de afnemer geen recht op aftrek heeft van de op factuur berekende btw, tenzij hij zelf in aanmerking komt voor toepassing van deze goedkeuring.


Lees meer  
 

Subsidies

Subsidiebedragen nieuwe elektrische auto's worden lager

Het kabinet heeft besloten extra geld vrij te maken voor de (fiscale) stimulering van elektrische personenauto’s. De focus van de stimulering verschuift van de zakelijke naar de particuliere markt.

Voor de zakelijke markt geldt dat de verlaagde bijtelling niet extra wordt verhoogd. Wel wordt het plafond in de verlaagde bijtelling eerder verlaagd dan in het Klimaatakkoord was voorzien. Om de overstap van particulieren naar een elektrische personenauto te stimuleren wordt het beschikbare budget naar voren gehaald. De komende drie jaar komt er € 90 miljoen voor particulieren bij. € 80 miljoen is bestemd voor de subsidiëring van nieuwe en € 10 miljoen voor de subsidiëring van gebruikte elektrische personenauto’s. De subsidiebedragen voor nieuwe auto’s dalen wel sneller dan eerder aangegeven. De stimulering van nieuwe elektrische auto’s stopt per 1 januari 2025 in plaats van per 1 januari 2026.

                                Oude bedragen     Nieuwe bedragen

  2022                         € 3.700                      € 3.350

  2023                        € 3.350                      € 2.950

  2024                        € 2.950                      € 2.550

  2025                        € 2.550                               -

Het subsidiebudget voor emissieloze bedrijfsauto’s wordt met in totaal € 28 miljoen verhoogd om mkb’ers, die de komende jaren een keuze maken voor een nieuwe bedrijfsauto in die richting te stimuleren.


Lees meer  
 

 

Formeel recht

Kamervragen fouten in belastingstelsel

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen beantwoord die zijn gesteld naar aanleiding van een publicatie over fouten in het belastingstelsel. De staatssecretaris erkent dat er knelpunten zitten in het huidige stelsel als een gevolg van afwegingen die moeten worden gemaakt tussen verschillende doelstellingen van het belastingstelsel. Hij verwijst naar het rapport “Bouwstenen voor een beter belastingstelsel” waarin verschillende knelpunten worden aangegeven, met beleidsopties om deze weg te nemen.

Door de samenloop tussen inkomstenbelasting enerzijds en toeslagen en kindgebonden budget anderzijds kunnen mensen geconfronteerd worden met een onevenredig hoge marginale druk. Meer werken of meer verdienen is daardoor netto nauwelijks lonend. De staatssecretaris erkent dat er geen gemakkelijke manieren zijn om de marginale druk te verlagen. Elke variant gaat of gepaard met een ongewenste budgettaire derving voor het Rijk of met negatieve inkomenseffecten voor lagere inkomens.

De arbeidskorting is een heffingskorting die is bedoeld om het verrichten van betaalde arbeid aantrekkelijker te maken. De arbeidskorting wordt berekend over het inkomen uit tegenwoordige arbeid en is niet van toepassing op loon uit vroegere arbeid, zoals pensioen. Als voorbeeld geeft de staatssecretaris de eindafrekening van iemand die uit dienst treedt. De uitbetaling van niet opgenomen vakantiedagen vormt loon uit tegenwoordige arbeid. De eventuele transitievergoeding vormt loon uit vroegere arbeid omdat deze verband houdt met arbeid die in het verleden is verricht.

De inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering bestaat uit een mix van een werkgeversheffing en een bijdrage van de verzekeringsplichtige. De werkgever betaalt de bijdrage over het loon van de werknemers die op dat moment bij hem in dienstbetrekking zijn. Over het inkomen dat niet uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt ontvangen, zoals alimentatie, pensioen, winst uit onderneming, is de verzekeringsplichtige zelf de bijdrage verschuldigd. Met individuele aftrekposten zoals giften, hypotheekrente en alimentatie wordt geen rekening gehouden bij de werkgeversheffing. Dat heeft tot gevolg dat met betaalde alimentatie geen rekening wordt gehouden, maar met de ontvangen alimentatie wel.

De IACK is bedoeld voor ouders die arbeid en zorg voor jonge kinderen combineren. Als voorwaarde voor toepassing van de IACK geldt dat het kind ten minste zes maanden van het kalenderjaar op hetzelfde woonadres als de ouder moet staan ingeschreven in de basisregistratie personen. Het kind moet bij aanvang van het kalenderjaar jonger zijn dan 12 jaar. Het hanteren van een periode van ten minste zes maanden en de leeftijdsgrens brengt mee dat sommige belastingplichtigen (net) niet aan deze eisen voldoen. De staatssecretaris vindt dat voor de betrokkenen vervelend, maar op zichzelf niet onterecht.

Voor het recht op inkomensondersteuning in de vorm van toeslagen telt ondernemings- of aanmerkelijkbelangvermogen niet mee. De reden hiervoor is dat deze vermogens in de doelgroep beperkt voorkomen. De vermogensgrenzen die zijn bepaald voor de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget zijn gerelateerd aan vermogen in box 3. Wie zijn spaargeld niet in box 3 maar via een “spaargeld-bv” in box 2 onderbrengt, kan zodoende recht op toeslagen hebben. Overigens telt het inkomen uit box 2 wel mee voor het bepalen van de hoogte van het recht op toeslagen. Het is de staatssecretaris niet bekend hoeveel burgers een “spaargeld-bv” hebben opgericht om in aanmerking te kunnen komen voor toeslagen.


Lees meer  
 

Suppletieaangifte omzetbelasting niet gedaan

Het EVRM bepaalt onder meer dat niemand kan worden gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo-teneturbeginsel). De Hoge Raad heeft in een arrest omwille van de rechtsontwikkeling en met het oog op duidelijkheid voor de rechtspraktijk een uiteenzetting gegeven over de vraag of de verplichting om een suppletieaangifte te doen voor de omzetbelasting een schending inhoudt van het nemo-teneturbeginsel. Hof Den Haag had geoordeeld dat het voldoen aan de wettelijke verplichting tot tijdig melden dat een onjuiste aangifte is gedaan op geen enkele wijze leidt tot bestraffing of beboeting.

Zodra een belastingplichtige constateert dat hij in de afgelopen vijf kalenderjaren een aangifte voor de omzetbelasting onjuist of onvolledig heeft gedaan, is hij verplicht alsnog de juiste en volledige gegevens te verstrekken. Die verplichting is opgenomen in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting. De suppletie moet worden gedaan voordat de belastingplichtige weet of moet vermoeden dat de inspecteur op de hoogte is van de onjuistheid of onvolledigheid van de aangifte. De suppletie moet zo spoedig mogelijk gedaan worden op de door de inspecteur aangegeven wijze. Dat houdt in dat de belastingplichtige met een formulier van de Belastingdienst meldt dat en hoeveel omzetbelasting hij in een bepaald tijdvak te veel of te weinig op aangifte heeft voldaan. Het niet, te laat of op andere dan de aangegeven wijze doen van suppletie wordt in het Uitvoeringsbesluit aangemerkt als een overtreding. In geval van opzet of grove schuld kan daarvoor een boete worden opgelegd van maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat door het niet nakomen van de suppletieplicht niet is of zou zijn geheven.

Volgens vaste rechtspraak van het EHRM staat het nemo-teneturbeginsel niet in de weg aan de verplichting voor een belastingplichtige om informatie te verschaffen ten behoeve van een juiste belastingheffing. Het nemo-teneturbeginsel staat er daarom evenmin aan in de weg dat aan een belastingplichtige, die geen suppletieaangifte doet, een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

De door de belastingplichtige verstrekte informatie in een suppletieaangifte mag niet worden gebruikt voor het bewijs dat de belastingplichtige een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan.


Lees meer  
 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.