Nieuwsbrief 5 november 2026

Belastingplan

Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 per 2029

Het kabinet wil het nieuwe box 3-stelsel ingrijpend aanpassen. In een novelle op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt voorgesteld om niet alleen vastgoed, maar ook vrijwel alle financiële beleggingen onder een vermogenswinstbelasting te brengen. Tegelijkertijd wordt de invoering van het nieuwe stelsel een jaar uitgesteld naar 1 januari 2029.

Vermogensaanwasbelasting 

Het oorspronkelijke wetsvoorstel gaat uit van een hybride systeem. Vastgoed en aandelen in start- en scale-ups vallen onder een vermogenswinstbelasting, terwijl voor de meeste andere beleggingen een vermogensaanwasbelasting zou gelden. Daarbij wordt niet alleen belasting geheven over ontvangen rente en dividend, maar ook over jaarlijkse waardestijgingen, ongeacht of deze al zijn gerealiseerd.

Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer blijkt voor die aanpak onvoldoende politiek draagvlak te bestaan. Het kabinet kiest daarom voor een andere richting. Financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties, opties en andere beursgenoteerde beleggingen moeten voortaan net als vastgoed onder een vermogenswinstbelasting vallen. Dat betekent dat waardestijgingen pas worden belast wanneer een belegging wordt verkocht.

Nieuwe box 3 vanaf 2029

Aanvankelijk was invoering voorzien per 2028. De Belastingdienst, de Raad van State en financiële instellingen hebben echter aangegeven dat die datum niet haalbaar is. Daarom stelt het kabinet voor het nieuwe box 3-stelsel een jaar later in werking te laten treden. Dat betekent dat ook in 2028 het huidige forfaitaire box 3-stelsel met tegenbewijsregeling van toepassing blijft.

Vermogenswinstbelasting

De voorgestelde uitbreiding ziet op vrijwel alle financiële instrumenten. Hieronder vallen onder meer:

  • aandelen;
  • obligaties;
  • opties;
  • futures;
  • swaps;
  • rechten van deelneming in beleggingsfondsen;
  • niet-verhandelbare aandelen en winstbewijzen.

Voor bestaande beleggingen wordt een belangrijke overgangsregel voorgesteld. De verkrijgingsprijs wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2029. Waardestijgingen die vóór die datum zijn ontstaan, blijven daardoor buiten de heffing.

Niet alles gaat direct mee

Een aantal vermogensbestanddelen blijft voorlopig onder de vermogensaanwasbelasting vallen. Dat geldt onder meer voor:

  • banktegoeden;
  • directe cryptobezittingen;
  • particuliere vorderingen en schulden;
  • verzekeringsproducten;
  • vreemde valuta;
  • overige beleggingsobjecten.

Volgens het kabinet is dit een tijdelijke situatie. Het uiteindelijke doel blijft een volledige vermogenswinstbelasting voor alle box 3-vermogensbestanddelen. De verwachting is dat deze tweede stap vanaf 2030 mogelijk wordt.

Dekking via box 2

De overgang naar een vermogenswinstbelasting kost de schatkist geld. Om die derving op te vangen, kiest het kabinet voor aanpassingen in box 2.

De meest opvallende maatregel betreft excessief lenen van de eigen bv. De huidige grens van € 500.000 wordt vanaf 2027 jaarlijks met € 80.000 verlaagd. Uiteindelijk resteert per 2031 een grens van € 100.000.

Als tegemoetkoming worden de box 2-tarieven tijdelijk verlaagd. Het tarief van de eerste schijf daalt van 24,5% naar 23,5% en het tarief van de tweede schijf van 31% naar 29%. Deze verlaging geldt van 2027 tot en met 2030.


Lees meer  
 

Derde nota van wijziging Belastingplan 2027

Het kabinet heeft een derde nota van wijziging op het Belastingplan 2027 naar de Tweede Kamer gestuurd. De stemming in de Tweede Kamer staat gepland voor 12 november. In de derde nota van wijziging zijn de volgende maatregelen opgenomen:

  • wijziging aftrek specifieke zorgkosten  
  • verlaagd btw-tarief sierteelt 
  • aanpassing tabelcorrectiefactor

Specifieke zorgkosten

De aftrek specifieke zorgkosten wordt niet per 1 januari 2028 afgeschaft, maar zal in een gerichtere vorm worden voortgezet, zonder vastgestelde einddatum. Het kabinet werkt aan een alternatief dat de regeling in 2030 kan vervangen. Er is geen eenduidige en bruikbare definitie van de doelgroep chronisch zieken en mensen met een beperking en ook niet van de subgroep daarbinnen van degenen met structureel hoge meerkosten. Er wordt daarom op twee manieren voorgesteld om de aftrek specifieke zorgkosten gerichter te maken. Ten eerste wordt voorgesteld een aantal uitgaven niet langer voor aftrek in aanmerking te laten komen en ten tweede de inkomensafhankelijke drempels te verhogen. Er wordt voorgesteld om het eerste drempelpercentage te verhogen van 1,65 naar 1,7 en het tweede van 5,75 naar 6,5. Onder meer de volgende uitgaven komen niet langer voor aftrek in aanmerking: steunzolen, (reis)vaccins, tandartskosten, gehoorapparaten, pacemakers, protheses, verpleging in een ziekenhuis en alternatieve geneeswijzen, zoals behandeling door de osteopaat of chiropractor en homeopathische geneesmiddelen.

Verlaagd btw-tarief sierteelt 

Het kabinet heeft besloten om de afschaffing van het verlaagde btw-tarief voor sierteelt uit het wetsvoorstel Belastingplan 2027 te halen en de besluitvorming uit te stellen naar het Belastingplan 2028. 

Aanpassing tabelcorrectiefactor

De tabelcorrectiefactor voor het kalenderjaar 2027 wordt voor bepaalde bedragen in de loon- en inkomstenbelasting minder beperkt toegepast. De toepassing vindt daardoor niet meer voor 48% plaats, maar voor 59,8%. De uit die beperking van de wettelijke inflatiecorrectie voortvloeiende inflatiecorrectie per 1 januari 2027 is 1,015548.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Inspecteur belast boekwinst in het verkeerde jaar

Een man laat op de grond van zijn echtgenote een loods bouwen om die te verhuren. Volgens de inspecteur eindigt daarmee in 2020 de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) voor die grond, met een boekwinst van ruim vier ton. De rechtbank stelt vast dat de bouw al in 2019 is begonnen, zodat een eventueel afrekenmoment in dat jaar ligt. Het belastbaar inkomen uit werk en woning over 2020 zakt van € 398.458 naar € 40.632. Omdat de inspecteur ernstig onzorgvuldig te werk is gegaan, wordt hij veroordeeld tot het betalen van € 25.000 aan proceskosten, boven het forfait.

Haar grond, zijn loods

De man drijft sinds 1985 een autohandel als eenmanszaak. Voor de grond onder zijn showroom geeft zijn echtgenote de huur aan onder de tbs-regeling. Op een ander deel van haar grond verrijst de loods. De facturen voor tekenwerk, heiwerk en fundering dateren van november en december 2019 en staan op naam van de man of zijn onderneming. Op 3 oktober 2019 tekent hij als enige verhuurder een huurcontract, dat ingaat bij oplevering en uiterlijk op 31 mei 2020.

2019 of 2020?

Volgens de inspecteur verhuist met de bouw 2.259 m² naar box 3 in 2020. Hij rekent met een waarde van € 185 per vierkante meter en een boekwaarde van € 5. Volgens de rechtbank verhuurt alleen de man. De echtgenote stelt de grond nog steeds aan hem ter beschikking. Hij gebruikt die grond voor verhuur in box 3, in plaats van voor zijn autohandel. Geldt de tbs-regeling hier, dan eindigt die in 2019, het jaar waarin de bouw start en het contract werd getekend. De foutenleer redt de inspecteur niet. Die is voor fouten die navordering niet meer kan oplossen en over 2019 heeft de inspecteur uit voorzorg al een navorderingsaanslag opgelegd.

Luchtfoto's, facturen en huurcontract

De rechtbank verwijt de inspecteur onzorgvuldigheid in elke fase en alles bij elkaar is die onzorgvuldigheid ernstig. Luchtfoto's uit 2018, 2019 en 2020 tonen dat de verharding in 2019 al weg is waar de loods komt. In de aanslagfase had hij moeten twijfelen en doorvragen, temeer omdat de bewijslast bij hem ligt. In bezwaar liggen de facturen en het huurcontract op tafel, maar de uitspraak op bezwaar laat de bedoeling in 2019 in het midden. In beroep stelt hij feiten die evident onjuist zijn, zoals een bouwstart in 2020. Bovendien wijzigt hij meermaals zijn grondslag, zodat de echtgenote niet weet waartegen zij zich moet verweren.

De rekening

De echtgenote vraagt een vergoeding van haar volledige kosten, ruim € 39.000. Die krijgt zij niet, want de inspecteur procedeert niet tegen beter weten in. Bovendien levert zij haar stukken zelf versnipperd aan en zijn haar verklaringen deels tegenstrijdig. De ernstige onzorgvuldigheid rechtvaardigt wel een afwijking van het forfait. Alles afwegend komt de rechtbank op € 25.000 voor bezwaar en beroep. 


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Fietshandelaar mag verlaagd btw-tarief toepassen op servicekaart

Een fietsenmaker levert bij iedere verkoop van een fiets een onderhoudspakket in de vorm van een servicekaart. De servicekaart geeft recht op drie servicebeurten, waarvan de eerste gratis is en de volgende twee tegen bijbetaling van alleen de arbeidskosten. Dit pakket wordt apart gemeld op de factuur en de fietsenmaker past hierop het verlaagde btw-tarief toe, omdat het gaat om arbeid voor het herstellen van fietsen. 

Samengestelde prestaties

De inspecteur vindt dat de fietsenmaker het algemene btw-tarief moet toepassen op het onderhoudspakket. Volgens hem is er geen sprake van een aparte prestatie naast de levering van de fiets. De inspecteur stelt dat het onderhoudspakket een bijkomende prestatie is bij de fiets, omdat de klant er niet zelf voor kiest. 

Afzonderlijke prestaties

Uit de combinatie van de factuur en de servicekaart blijkt volgens het hof dat er sprake is van twee afzonderlijke prestaties, waarvoor aparte vergoedingen zijn overeengekomen. De fietsenmaker verkoopt ook fietsen zonder servicekaart via de webshop en hij biedt ook losse onderhoudsbeurten aan. Dit toont aan dat beide prestaties een eigen doel hebben voor de klanten. 


Lees meer  
 

Arbeidsrecht

Inzet uitzendkrachten wordt begrensd in tijd

De Europese rechter heeft bepaald dat op grond van de Uitzendrichtlijn uitzendwerk tijdelijk moet zijn. Daarom komt Nederland nu met regels om tijdelijkheid van inlenen in de wet op te nemen. Een uitzendkracht mag straks nog maximaal 3 jaar (36 maanden) bij dezelfde inlener werken. Wil de inlener daarna langer met die arbeidskracht doorwerken? Dan moet de inlener hem in dienst nemen. Voor uitzendcontracten met een dienstverband voor onbepaalde tijd geldt ook dat het werk tijdelijk moet zijn, maar dat verschilt per situatie.

Internetconsultatie 

Het wetsvoorstel dat dit moet regelen, is onlangs in internetconsultatie gegaan. Reageren op dit wetsvoorstel kan tot en met 24 november via internetconsultatie.nl.


Lees meer  
 

Sociale verzekeringen

Minimumuurloon per 1 januari naar € 15,29

De bedragen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden halfjaarlijks gewijzigd. Per 1 januari 2027 bedraagt het minimumuurloon voor iemand van 21 jaar of ouder € 15,29. Voor mensen die jonger zijn dan 21 jaar gelden van het wettelijk minimumuurloon afgeleide bedragen.

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden per 1 januari 2027 geen alternatieve staffels meer. Het referentiemaandloon bedraagt per 1 januari 2027 bruto € 2.385.

Leeftijd                          Staffeling                  Per uur

21 jaar                                 100,0%                 € 15,29

20 jaar                                    87,5%                  € 13,38

19 jaar                                    75,0%                  € 11,47

18 jaar                                    62,5%                 € 9,56

17 jaar                                    50,0%                 € 7,65

16 jaar                                   40,0%                  € 6,12

15 jaar                                   30,0%                  € 4,59


Lees meer  
 

Successiewet

Uitkering bij echtscheiding is schenking

Een echtpaar trouwt in 2008 buiten elke gemeenschap van goederen. In hun huwelijkse voorwaarden nemen zij op dat de vrouw, bij het einde van het huwelijk anders dan door overlijden, recht heeft op een eenmalige uitkering van € 300.000. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast leggen zij vast dat deze betaling moet worden gezien als de voldoening aan een dringende verplichting van moraal en fatsoen. In 2019 wordt de echtscheiding uitgesproken. Op dat moment bedraagt de geïndexeerde uitkering € 360.000. Deze wordt in twaalf jaar uitbetaald, in maandelijkse termijnen van € 2.500. Verder wordt vastgelegd dat er geen alimentatie verschuldigd is, omdat beide ex-echtgenoten in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. 

Schenking

De inspecteur legt een aanslag schenkbelasting op over de uitkering van € 360.000. Volgens de vrouw is geen sprake van een schenking. Zij voert aan dat de betaling uitsluitend plaatsvindt, omdat daartoe een verplichting bestaat op grond van de huwelijkse voorwaarden. De uitkering vloeit dus voort uit een eerder gesloten overeenkomst en niet uit een schenking op het moment van de echtscheiding. Volgens de rechtbank is sprake van een schenking onder opschortende voorwaarde. De voorwaarde is dat het huwelijk eindigt door echtscheiding. Op het moment dat die voorwaarde in 2019 wordt vervuld, komt de schenking voor de toepassing van de Successiewet tot stand. Het ontbreken van een bevoordelingsbedoeling acht de rechtbank niet aannemelijk. Voor die beoordeling is namelijk het moment waarop de huwelijkse voorwaarden worden gesloten beslissend. Door daarin een recht op een aanzienlijke uitkering op te nemen, heeft de ex-echtgenoot de vrouw bewust willen bevoordelen.

Natuurlijke verbintenis

De vrouw beroept zich daarnaast op de vrijstelling voor de voldoening aan een natuurlijke verbintenis. Het enkele feit dat de voormalige echtelieden dit zelf in hun huwelijkse voorwaarden hebben opgenomen, is daarvoor echter onvoldoende. Er is pas sprake van een natuurlijke verbintenis als iemand een morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt. Van belang daarbij is dat beide ex-echtgenoten volgens het echtscheidingsconvenant in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Juist daarom hebben zij afgezien van partneralimentatie. De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij financieel afhankelijk is van de uitkering of dat sprake is van een verzorgingsbehoefte. De rechtbank concludeert daarom dat er geen sprake is van een natuurlijke verbintenis. De vrijstelling is niet van toepassing.


Lees meer  
 

Internationaal

Woonlandfactoren zorgbijdrage en zorgtoeslag 2027 vastgesteld

Jaarlijks worden woonlandfactoren vastgesteld voor de bijdragen die verdragsgerechtigden betalen. Dit zijn personen die in een ander land wonen, maar recht hebben op zorg ten laste van Nederland. De factoren zorgen ervoor dat de bijdrage in verhouding staat tot de zorgkosten in het woonland. Ook voor de berekening van de zorgtoeslag voor deze groep zijn de woonlandfactoren van belang.

Nieuwe landen en berekeningswijze

Voor het eerst zijn woonlandfactoren voor Andorra en San Marino toegevoegd, als gevolg van een nieuwe associatieovereenkomst. De woonlandfactoren worden berekend via de directe methode. Bij deze methode wordt de verhouding uitgerekend tussen de kosten van zorg die publiek wordt gefinancierd in het woonland en in Nederland. Om schommelingen te voorkomen, wordt een driejarig gemiddelde gebruikt (2025, 2026 en 2027). De factor kan nooit hoger zijn dan één, zodat verdragsgerechtigden niet meer betalen dan een verzekerde in Nederland gemiddeld betaalt.


Lees meer  
 

Overige heffingen

Heldere foto’s dragen een aanslag reclamebelasting

Een ondernemer met een autobedrijf in Kampen krijgt een aanslag reclamebelasting. Hij ontkent dat er reclame te zien is, maar controleurs van de gemeente hebben duidelijke foto’s. In Groningen krijgt een andere vennootschap een aanslag voor 3,45 m² reclame en vier reclamevoorwerpen. Daar is onduidelijk welke meters bij welke uiting horen en van de vier voorwerpen blijft alleen een deurmat over. De aanslag in Kampen blijft staan, die in Groningen sneuvelt volledig. Hoe komt dit?

Niets te zien?

Het autobedrijf in Kampen zit op twee adressen naast elkaar, onder twee namen en met één toegangsweg. Controleurs bekijken beide panden in december 2024, april 2025 en mei 2025 vanaf de openbare weg. De door hen gemaakte foto’s vormen de basis voor de aanslag. Volgens de ondernemer is er geen reclame zichtbaar en ontbreekt elk bewijs. Hij wil bovendien de aanslagen over 2022, 2023 en 2024 aanvechten. Na zijn afgewezen bezwaren gaat hij echter niet in beroep, dus die aanslagen staan vast.

Vlaggen buiten het hek

Reclamebelasting treft openbare aankondigingen: mededelingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn en de aandacht van het publiek willen trekken. Een reclamedoel is volgens de rechtbank niet nodig. Zelfs een waarschuwingsbord langs de snelweg telt mee. De foto’s tonen een naambord op de gevel en op een deur de tweede bedrijfsnaam met ‘ingang receptie’. Buiten het hek hangen vlaggen met logo en bij de toegangsweg staan naamborden. Daar zet de ondernemer alleen een ontkenning tegenover. Die weegt niet op tegen de foto’s, dus de aanslag in Kampen blijft staan.

Gissen naar meters

Groningen telt de oppervlakte van alle aankondigingen samen en stelt de eerste 2 m² vrij. Bij losse letters telt een denkbeeldige rechthoek om de tekst. Een banier, een poster en teksten op een deur en een raam komen in het dossier op 3,45 m². Welke maat waarbij hoort, blijft gissen. Ook de foto’s en de heffingsambtenaar brengen geen helderheid. Volgens de rechtbank is waarschijnlijk de hele deur gemeten (2,5 m²) en dat zou onjuist zijn. Een totaal boven de vrijstelling is daarom niet aannemelijk.

En dan de deurmat

Ook de aanslag voor de reclamevoorwerpen houdt geen stand. Een reclamevoorwerp zit volgens de verordening niet vast aan een gebouw, zodat de vier aankondigingen niet meetellen. Duidelijk benoemd is alleen een deurmat met de naam van het hotel waarvoor hij ligt. Omdat in de verordening het eerste voorwerp is vrijgesteld, doet het er niet toe hoe lang die mat er ligt. 


Lees meer  
 

Invordering

Laatste jaar betalingsregeling coronaschulden ingegaan

Ondernemers met openstaande coronaschulden hebben nog 11 maanden de tijd om hun schuld binnen de betalingsregeling af te lossen. De regeling stopt voor het grootste deel van de ondernemers op 1 oktober 2027. Tijdens de coronacrisis vroegen ongeveer 400.000 ondernemers bijzonder uitstel van betaling aan. Per 28 oktober hebben nog 73.000 ondernemers een betalingsregeling op een schuld van € 1,9 miljard. Dat blijkt uit de nieuwste update van de Belastingdienst.

Hulp blijft beschikbaar

Ongeveer 25.000 ondernemers hebben een achterstand in hun betalingsregeling. De Belastingdienst blijft zich inzetten om zoveel mogelijk levensvatbare ondernemers hun schuld te laten aflossen binnen een passende regeling. Onder voorwaarden kunnen ondernemers gebruikmaken van een betaalpauze of een verlenging van de betalingsregeling tot maximaal zeven jaar. Op de website van de Belastingdienst staat meer informatie over hoe een ondernemer dit kan aanvragen en onder welke voorwaarden dit mogelijk is. Ook kunnen ondernemers terecht bij de gemeentelijke schuldhulpverlening, het adviesteam van de Kamer van Koophandel of Geldfit Zakelijk. Deze organisaties bieden ondersteuning en praktische oplossingen die aansluiten bij de situatie van de ondernemer.


Lees meer  
 

Formeel recht

E-mail geen machtiging in hoger beroep

Een woningeigenaar die het niet eens is met zijn WOZ-beschikking, stelt hoger beroep in via een gemachtigde. Het gerechtshof oordeelt dat e-mailcorrespondentie niet volstaat als geldige machtiging voor het instellen van hoger beroep.

Hoger beroep

Nadat het bezwaar en beroep van een woningeigenaar ongegrond zijn verklaard, stelt zijn gemachtigde eind 2023 hoger beroep in bij het gerechtshof. Bij het hogerberoepschrift wordt een volmacht overgelegd die dateert van 2021. De gemachtigde is geen advocaat.

Recente machtiging

Het hof verzoekt de gemachtigde om een recente machtiging in te dienen, die niet ouder is dan zes maanden voorafgaand aan het instellen van het hoger beroep. Het hof wijst erop dat het hoger beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De gemachtigde stelt dat de eerder overgelegde volmacht volstaat en dat e-mailcorrespondentie met de eigenaar bevestigt dat de procedure mag worden voortgezet.

E-mail geen machtiging

Het hof stelt vast dat de overgelegde e-mailcorrespondentie en overzichten van verzonden e-mails geen geldige machtiging vormen, omdat de handtekening van de eigenaar ontbreekt. Volgens de wet kan de bestuursrechter een schriftelijke machtiging verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is. Het hof heeft de gemachtigde ruim twee maanden de gelegenheid gegeven om het verzuim te herstellen. Aangezien dit niet is gebeurd, verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. 


Lees meer  

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.