Nieuwsbrief 16 september 2026 Belastingplan 2027

Belastingplan 2027

Tarieven en heffingskortingen 2027

De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zien er als volgt uit.

                                                                                              2027                          2026

 Tarief schijf 1                                                              36,23%                       35,7%

 Tarief schijf 2                                                              38,16%                       37,56%

 Tarief schijf 3                                                              49,5%                          49,5%

 Grens schijf 1                                                             € 39.247                    € 38.883

 Grens schijf 2                                                            € 78.426                     € 79.137

 Algemene heffingskorting, maximaal        € 3.154                        € 3.115

 Arbeidskorting, maximaal                                € 5.929                        € 5.712

 IACK, maximaal                                                      € 2.918                        € 3.032

 Jonggehandicaptenkorting                             € 935                            € 923

 Zelfstandigenaftrek                                            € 900                            € 1.200

 Startersaftrek                                                        € 10                               € 2.123

Stakingsaftrek                                                        € 908                            € 3.630

 Mkb-winstvrijstelling                                        12,7%                          12,7%

* Voor mensen die geboren zijn voor 1 januari 1946 geldt een hogere bovengrens van schijf 1 van € 41.637.

Vrijheidsbijdrage

De wettelijke inflatiecorrectie vindt jaarlijks plaats door toepassing van de zogenoemde tabelcorrectiefactor. Het kabinet stelt voor dat burgers en (in beperkte mate) bedrijven de vrijheidsbijdrage leveren in de vorm van een beperking van de toepassing van de wettelijke inflatiecorrectie. De tabelcorrectiefactor wordt beperkt toegepast in de inkomsten- en loonbelasting voor 2027 en 2028. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,6% bedragen (factor 1,026) in 2027, maar nu wordt slechts 48% toegepast (factor 1,01248). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk.


Lees meer  
 

Aanpassingen IB particulieren en box 2

Specifieke zorgkosten

De regeling aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten zal worden afgeschaft per 2028. Er komt geen overgangsrecht voor negatieve persoonsgebonden aftrek die samenhangt met de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. Dit betekent dat een teruggave of nagekomen betaling, die na 1 januari 2028 wordt ontvangen voor eerder afgetrokken zorgkosten, niet meer leidt tot een negatieve persoonsgebonden aftrek. 

Aftoppingsgrens pensioen

Sinds 1 januari 2015 is het inkomen, waarover aanvullend pensioen of een lijfrente kan worden opgebouwd, gemaximeerd. De zogenoemde aftoppingsgrens wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2026 bedraagt de aftoppingsgrens € 137.800. In 2025 en 2026 is de aftoppingsgrens niet geïndexeerd. Voorgesteld wordt om ook in de jaren 2027 tot en met 2032 geen indexatie toe te passen op de aftoppingsgrens.

Verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing

Als de werkelijke leiding van een vennootschap wordt verplaatst naar Nederland (zetelverplaatsing), ontstaat voor de in het buitenland woonachtige aanmerkelijkbelanghouder een buitenlandse belastingplicht voor de inkomstenbelasting. Dit leidt ertoe dat over reguliere voordelen en over vervreemdingsvoordelen in Nederland inkomstenbelasting in box 2 is verschuldigd.

Op basis van de huidige wettekst kan het standpunt ingenomen worden dat de verkrijgingsprijs vastgesteld moet worden op de (historische) tegenprestatie bij verkrijging van het aanmerkelijk belang. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om de verkrijgingsprijs bij zetelverplaatsing vast te stellen op de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang op dat moment. Hierdoor wordt alleen een waardestijging of een waardedaling die plaatsvindt na de zetelverplaatsing tot het inkomen uit box 2 gerekend.

Vererfd ab en fictief regulier voordeel

Bij een vererfd aanmerkelijk belang kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een faciliteit waardoor reguliere voordelen die binnen 24 maanden na overlijden worden ontvangen, niet direct in box 2 worden belast. Deze faciliteit kan ongewenst uitpakken bij een fictief regulier voordeel uit de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. Voorgesteld wordt dat de faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang niet kan worden toegepast op dit fictieve voordeel. Bovendien voorkomt de maatregel dubbele heffing. Zonder uitsluiting kan het maximumbedrag van € 500.000 niet worden verhoogd, waardoor bij een ongewijzigde schuld in een volgend jaar opnieuw een fictief regulier voordeel ontstaat.


Lees meer  
 

Aanpassingen ondernemingen

Afschaffen startersaftrek

De startersaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting waardoor een ondernemer, die minder dan vijf jaar ondernemer is (starter), onder voorwaarden maximaal drie jaar recht heeft op een extra aftrekpost van maximaal € 2.123. De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd tot € 10 en per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. In het verlengde hiervan wordt in 2028 ook de regeling willekeurige afschrijving starters afgeschaft. 

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid 

Verder wordt voorgesteld om per 1 januari 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid af te schaffen. De regeling is bedoeld voor ondernemers die niet aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde urencriterium van 800 uur. Op dit moment is de aftrek in het eerste jaar maximaal € 12.000, in het tweede jaar maximaal € 8.000 en in het derde jaar maximaal € 4.000.

Versoberen en afschaffen meewerk- en stakingsaftrek

Naar verwachting worden per 2027 de meewerkaftrek en stakingsaftrek eerst met 75% versoberd en per 2030 afgeschaft. De meewerkaftrek is een regeling waardoor IB-ondernemers, van wie de partner onbetaald in de onderneming meewerkt, minder belasting over hun winst hoeven te betalen. De hoogte van de meewerkaftrek is gekoppeld aan het aantal door de partner gewerkte uren. De stakingsaftrek zorgt ervoor dat IB-ondernemers, die stoppen met hun onderneming, over een deel van de daarbij behaalde winst geen belasting hoeven te betalen. De stakingsaftrek bedraagt op dit moment € 3.630. Dat wordt € 908 in 2027.

Verhogen aftrekpercentage EIA

Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. Hiermee wordt het financieel aantrekkelijker voor bedrijven om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie. Hiermee probeert het kabinet om de verduurzaming te versterken en de afhankelijkheid van energie uit het buitenland te verminderen.

Afschaffen bosbouwvrijstelling

De bosbouwvrijstelling is een regeling die de voordelen uit bosbedrijf vrijstelt van inkomsten- resp. vennootschapsbelasting. Het kabinet stelt voor de bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 af te schaffen, zonder enige vorm van overgangsrecht.

Doelstelling van de bosbouwvrijstelling is het bevorderen van het behoud en de aanleg van bossen door bosbedrijven. De bosbouwvrijstelling is volgens recent onderzoek niet doeltreffend en niet doelmatig. Bosbouwbedrijven zijn niet of weinig winstgevend. Het gebruik van de vrijstelling door bosbouwbedrijven is daarom beperkt. Vooral niet-bosbouwbedrijven met een beperkt bosbezit maken gebruik van de regeling. Afschaffing maakt het belastingstelsel eenvoudiger Een deel van de opbrengst van het afschaffen van de bosbouwvrijstelling zal worden besteed aan natuurbeleid via de begroting van het Ministerie van LVVN.

MKB-forfait innovatiebox

De vennootschapsbelasting kent een forfaitaire regeling om de innovatiebox toegankelijker te maken voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). Als voor deze regeling wordt geopteerd, wordt 25% van de winst aangemerkt als het saldo van voordelen uit hoofde van de immateriële activa en in de innovatiebox belast. Er geldt een maximum van € 25.000 per jaar en per belastingplichtige. Omdat de winst uit een immaterieel activum zich meestal niet in één jaar voordoet, is ervoor gekozen deze te verdelen over het jaar waarin het immateriële activum ontstaat en de twee daaropvolgende jaren.

Het kabinet stelt voor om deze forfaitaire regeling per 1 januari 2027 te verruimen door het maximumbedrag te verhogen naar € 100.000.


Lees meer  
 

Wijzigingen auto

Youngtimerregeling

Het kabinet bouwt de youngtimerregeling geleidelijker af, zodat autobedrijven en ondernemers minder abrupt geraakt worden door stijgende kosten. Deze leeftijdsgrens gaat in 2027 van 16 naar 17 jaar. Per 2028 geldt voor elke auto dat de youngtimerregeling pas kan worden toegepast als de leeftijdsgrens van 20 jaar is overschreden. Dat leidt dus tot het wegvallen van de youngtimerregeling voor auto’s die in 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar hebben overschreden, maar nog niet de leeftijdsgrens van 20 jaar. De eerdere verhoging van de leeftijd van auto’s in de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door. 

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor bestel- en vrachtauto’s

Vooruitlopend op wetgeving is bij beleidsbesluit per 1 juli 2026 een tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting (mrb) ingevoerd voor bestel- en vrachtauto’s. Voor bestelauto’s van ondernemers is het tarief van de mrb gehalveerd. Het tarief van de mrb voor vrachtauto’s is tijdelijk op nihil gesteld. De aanpassingen gelden voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2026. Het Belastingplan 2027 bevat de wettelijke grondslag voor de in het beleidsbesluit opgenomen goedkeuring. De wetsartikelen, waarin de tariefverlagingen zijn opgenomen, werken terug tot en met 1 juli 2026. Met ingang van 1 januari 2027 gelden de normale wettelijke regelingen weer.

Tijdelijk verlagen vrachtwagenheffing

De vrachtwagenheffing is op 1 juli 2026 gestart. De hoogte van de vrachtwagenheffing is afhankelijk van het voor de betreffende vrachtwagen geldende tarief en het aantal kilometers dat met de vrachtwagen op heffingsplichtige wegen wordt gereden. De tarieven en heffingsplichtige wegen zijn vastgelegd in de Wet vrachtwagenheffing. Van 1 september tot en met 31 december 2026 geldt een verlaging van de tarieven met 22,3%. Die verlaging is opgenomen in een goedkeurend beleidsbesluit, vooruitlopend op wetgeving. De tijdelijke wijziging van de tarieven is opgenomen in het BP 2027 om te voorzien in de vereiste wettelijke grondslag.

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s

De pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s (pefa) treedt op 1 januari 2027 in werking, zoals vastgelegd in het Belastingplan 2026. Deze heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de fossiele personenauto. Werkgevers betalen de heffing als zij zo'n auto ook voor privégebruik aan werknemers beschikbaar stellen. Woon-werkverkeer valt hier ook onder. Het kabinet stelt nu enkele aanpassingen voor om problemen die zijn opgemerkt te verminderen.

Vervangend vervoer bij onderhoud en reparatie
De pefa is niet van toepassing op een vervangende fossiele personenauto die een werknemer privé gebruikt vanwege onderhoud of reparatie van de vaste auto. Deze uitzondering geldt als de vervangingsperiode maximaal veertien dagen per onderhouds- of reparatieperiode duurt. Een bandenwissel of schadeherstel valt hier ook onder. Wordt de termijn van veertien dagen overschreden, dan is de pefa vanaf de vijftiende dag dat de vervangende auto ter beschikking is gesteld verschuldigd. De pefa geldt dan voor de gehele kalendermaand waarin de vijftiende dag valt. De uitzondering geldt niet wanneer de vaste auto niet voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, maar de vervangende auto juist wel voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. 

Uitzondering voor lesauto’s 
Voertuigen zonder CO₂-uitstoot hebben doorgaans een automatische transmissie. Daarom worden auto’s met handgeschakelde transmissie, die worden gebruikt voor rijles, uitgezonderd van de pefa. Deze maatregel voorkomt dat het aanbieden van handgeschakelde lesauto’s wordt ontmoedigd, wat de rijvaardigheid van nieuwe automobilisten kan beperken.

Termijn overgangsrecht 
Het overgangsrecht voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld, wordt verlengd tot en met 31 december 2030 (was 16 september). Dit voorkomt administratieve lasten door een einde halverwege een maand of jaar. De verlenging sluit ook beter aan bij de regeling privégebruik auto, die ook per kalenderjaar is. 

Incidentele terbeschikkingstelling
Ook komt er een nieuwe uitzondering voor tijdelijk gebruik van auto's, zoals huur- of deelauto’s. Een werkgever mag per kalenderjaar één keer een fossiele personenauto maximaal zeven aaneengesloten dagen privé beschikbaar stellen zonder de heffing te betalen. Dit geldt per fossiele auto per werkgever en per kalenderjaar. Als dezelfde auto in hetzelfde jaar aan een andere werknemer of voor een tweede periode privé wordt gebruikt, geldt de uitzondering niet. De werkgever betaalt dan de heffing over de betreffende maanden. Deze uitzondering stopt op 31 december 2030.

Anticumulatiebepaling
Er wordt een anticumulatiebepaling in de wet opgenomen om te voorkomen dat de pefa samenloopt met de pseudo-eindheffing voor hoge vertrekvergoedingen. Dit betekent dat het bedrag van de pseudo-eindheffing voor te hoge vertrekvergoedingen wordt berekend zonder het voordeel van de fossiele auto mee te tellen. Zo wordt dubbele belasting over hetzelfde bedrag voorkomen.


Lees meer  
 

Maatregelen Loonbelasting

Onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25

De gerichte vrijstelling voor reiskosten wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25. In navolging van deze verhoging worden ook het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters en het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.

Afschaffen vrijstelling eigen producten WKR

Voorgesteld wordt om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Deze vrijstelling gold sinds 2015. Werkgevers konden sindsdien een korting geven tot een bedrag van ten hoogste 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar op producten uit het eigen bedrijf. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies. Werkgevers kunnen vanaf 2027 nog wel personeelskorting blijven geven, maar deze korting moeten zij dan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling brengen. Het is niet langer nodig om bij te houden hoeveel korting er per werknemer is gegeven.


Lees meer  
 

Aanpassingen Btw en accijns

Tarief sierteelt en ballonvaarten

Sierteeltproducten zijn onder meer bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten zoals kerstbomen. Het verlaagde btw-tarief van 9% op deze producten wordt afgeschaft. Vanaf 1 januari 2028 geldt het algemene btw-tarief van 21% voor sierteeltproducten. Vanaf die datum geldt ook voor ballonvaarten het algemene tarief. Omdat er in deze sector gewerkt wordt met vooruitbetalingen, wordt met een overgangsbepaling geregeld dat het btw-tarief geldt van het moment waarop de prestatie wordt verricht. Wordt een ballonvaart dus vooruitbetaald in 2027, maar vindt deze plaats in 2028, dan is het algemene btw-tarief verschuldigd.

Verlengen accijnskorting voor ongelode benzine

De accijnstarieven voor ongelode benzine, diesel en LPG zijn sinds 1 april 2022 verlaagd. Per 1 juli 2023 is de verlaging gedeeltelijk teruggedraaid. Het kabinet stelt voor om de accijnskorting voor ongelode benzine te verlengen tot 1 januari 2028. Het accijnstarief voor ongelode benzine wordt iets verhoogd, maar niet geïndexeerd, waardoor de accijnskorting voor 2027 de facto ruimer wordt.

Accijnstarief                           2027                      2026

In basispad                        € 1,02812             € 1,00207

Accijnskorting                € 0,17643             € 0,15738

Accijnstarief                    € 0,85169             € 0,84469

Indexatie alcoholaccijns

In tegenstelling tot andere accijnzen kent de alcoholaccijns momenteel geen indexatiesystematiek. Hierdoor neemt de hoogte daarvan relatief af bij inflatie. Voorgesteld wordt dat de hoogte van de accijns jaarlijks automatisch wordt aangepast aan de inflatie, zodat de reële hoogte van de tarieven gelijk blijft.

Afschaffen kleine brouwersregeling
Over bier van kleine brouwerijen wordt een lager accijnstarief geheven dan over bier van grote brouwerijen. Kleine brouwerijen (< 200.000 hl) krijgen een accijnskorting van 7,5%. Dit scheelt, afhankelijk van het alcoholpercentage, één tot twee cent per glas. Het kabinet stelt voor om dit verlaagde accijnstarief per 2028 af te schaffen, zodat ook bij kleine brouwerijen het reguliere accijnstarief wordt geheven.


Lees meer  
 

Wijzigingen Overdrachtsbelasting

Verlaging algemeen woningtarief overdrachtsbelasting van 8% naar 7%

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor zogenaamde niet-hoofdverblijfwoningen, zoals woningen die investeerders kopen voor de verhuur, wordt verlaagd van 8% naar 7%. Deze verlaging moet het investeringsklimaat op de huurmarkt verbeteren en het aanbod van huurwoningen stimuleren. De startersvrijstelling en de overige tarieven, zoals het verlaagde tarief van 2% voor hoofdverblijfwoningen, veranderen niet.

Nieuwe vrijstelling overdrachtsbelasting voor woningcorporaties

In de overdrachtsbelasting geldt onder voorwaarden een vrijstelling bij een taakoverdracht tussen twee algemeen nut beogende instellingen (ANBI). Woningcorporaties kunnen een ANBI zijn als zij aan de voorwaarden voldoen. Deze vrijstelling heeft een aantal voorwaarden, die het voor woningcorporaties lastig maken om huurwoningen aan elkaar over te dragen zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Zo geldt de vrijstelling niet bij de overdracht van losse onroerende zaken. Om die reden wordt een nieuwe vrijstelling voorgesteld voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties onderling. Het gaat daarbij alleen om onroerende zaken die woningcorporaties nodig hebben voor diensten van algemeen economisch belang. Andere onroerende zaken vallen niet onder de nieuwe vrijstelling. De vrijstelling voor taakoverdracht is niet langer van toepassing wanneer bij een taakoverdracht een koopsom wordt bedongen. Daarmee wordt voorkomen dat woningcorporaties in voorkomende gevallen een beroep op twee vrijstellingen kunnen doen.


Lees meer  
 

Wijzigingen Milieubelastingen

Verhoging tarief belasting op leidingwater

Met de belasting op leidingwater wordt er belasting geheven over de levering van leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De belasting is tot nu toe beperkt tot de eerste 50.000 m³ leidingwater per jaar per aansluiting. In het BP 2026 is geregeld dat het heffingsplafond per 1 januari 2027 vervalt en is de belastinggrondslag versmald naar water van drinkwaterkwaliteit. De belasting op leidingwater per 2027 wordt verhoogd met 10 cent per m³ van € 0,437 naar € 0,537 (prijspeil 2026). Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd.

Verlaging hoge tarief vliegbelasting

Per 1 januari 2027 wordt het tarief van de vliegbelasting gedifferentieerd naar afstand, gebaseerd op de eindbestemming van de passagier. Er gelden drie tarieven:

  • laag tarief: € 31,04 per passagier;
  • middentarief: € 49,87 per passagier; en
  • hoog tarief: € 74,81 per passagier.

Duitsland heeft er recent voor gekozen de tarieven van de Duitse vliegbelasting per 1 juli 2026 te verlagen. Hierdoor zijn de tarieven in Duitsland lager dan de Nederlandse tarieven per 2027. Het kabinet stelt nu voor het hoge tarief in Nederland te verlagen tot het niveau van het hoge tarief van de Duitse vliegbelasting. Dat komt neer op een bedrag van € 59,43 (prijspeil 2027). Dit tarief geldt voor bestemmingen zoals de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Indonesië. Deze verlaging veroorzaakt een structurele budgettaire derving van € 61 mln. vanaf 2027.

Definitie eindbestemming vliegbelasting

De voorgestelde aanpassing maakt het mogelijk dat, wanneer er geen vervoersovereenkomst is (zoals bij privévluchten), de eindbestemming van een passagier ook met een ander passend bewijsstuk kan worden aangetoond, zodat in deze gevallen niet automatisch het hoogste tarief hoeft te worden toegepast.

Wijziging verlaagd energiebelastingtarief glastuinbouw

Het kabinet wil per 1 januari 2027 voor energieleveranciers een verplichting invoeren om een bepaalde hoeveelheid groen gas te leveren aan eindgebruikers in Nederland. Het betreft de afnemers, die binnen de afbakening van het tweede emissiehandelssysteem (ETS2) vallen. De bijmengverplichting groen gas gaat ook voor de glastuinbouwsector gelden. De meerprijs van groen gas leidt tot extra financiële lasten voor tuinbouwbedrijven. Daarom is afgesproken dat de glastuinbouw via aanpassing van de verlaagde energiebelastingtarieven tot en met 2030 wordt gecompenseerd voor de meerprijs van groen gas. Na 2030 loopt de compensatie stapsgewijs af.

Het kabinet heeft ervoor gekozen om enkel de meerkosten van de bijmengverplichting groen gas voor 2027 te compenseren via de energiebelasting. In het voorjaar van 2027 neemt het kabinet een besluit over de vorm van compensatie voor de bijmengverplichting in de periode na 2027. De compensatie in de energiebelasting in 2027 vindt alleen doorgang als de bijmengverplichting groen gas per 1 januari 2027 in werking treedt. Voor 2027 gaat het kabinet uit van een maximale meerprijs van groen gas van 1,5 cent per m3 aardgas. Naast verlaging van de energiebelastingtarieven in de schijven, waarvoor al een verlaagd energiebelastingtarief geldt (tot 1 miljoen m3 aardgas), wordt het verlaagde energiebelastingtarief voor de glastuinbouw in 2027 uitgebreid naar de derde schijf voor de glastuinbouw tot 10 miljoen m3 aardgas.


Lees meer  
 

Overige voorstellen

Minder regels

‘Meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt.’ Het kabinet beseft dat dit geen origineel voornemen is, maar de aanpak moet deze keer merkbaar resultaat opleveren. Een eerste stap is: zelfbeheersing in het maken van nieuwe regels. De tweede stap is: minder regels. Het doel is dat per jaar minimaal vijfhonderd regels verdwijnen of eenvoudiger worden. Ieder jaar, te beginnen dit najaar, dient het kabinet een Vereenvoudigingswet in, gericht op het afschaffen van overbodige regels en wetten. 

Verduidelijking belastingplichtige CO₂-heffing glastuinbouw

Er wordt voorgesteld de belastingplichtige voor de CO₂-heffing glastuinbouw te verduidelijken. De belastingplichtige is op dit moment de ‘rechtspersoon of natuurlijke persoon die het glastuinbouwbedrijf’ drijft. Dit wekt de indruk dat bij personenvennootschappen (zoals maatschap en vof) de achterliggende participanten belastingplichtig zijn. Het voorstel is om duidelijker te omschrijven dat de belastingplicht rust op eenieder die het glastuinbouwbedrijf drijft, dus het samenwerkingsverband zelf. De participanten zijn dan niet afzonderlijk belastingplichtig en er hoeft ook geen toerekening aan hen plaats te vinden.

Aanpassing fiscale behandeling ingeprijsd valutaresultaat

Het kabinet stelt voor om de fiscale behandeling van het afdekken van valutarisico’s, die worden gelopen met een deelneming, aan te passen. Het voordeel dat wordt behaald met een instrument dat het valutarisico op een deelneming in vreemde valuta afdekt, valt op verzoek onder de deelnemingsvrijstelling. Het ingeprijsde valutaresultaat is het verwachte valutaresultaat, gelet op de relatieve zwakte of sterkte van de betreffende valuta in vergelijking met de euro. Met ingang van boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027 behoort alleen het niet-ingeprijsde valutaresultaat op een afdekkingsinstrument tot de voordelen uit hoofde van de deelneming. De aanpassing dient ter dekking van de structurele derving van belastingopbrengst, die het gevolg is van een arrest uit 2025 over de toepassing van de liquidatieverliesregeling. Voor bestaande afdekkingsinstrumenten wijzigt door het overgangsrecht de fiscale behandeling van ingeprijsde valutaresultaten niet.

Veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024

Er worden veiligehavenregels toegevoegd aan Wet minimumbelasting 2024. Met terugwerkende kracht vanaf 2026. Dit geldt voor bedrijven met een omzet van € 750 miljoen of meer. Hiermee worden vier nieuwe internationale afspraken uit de OESO opgenomen in de wetgeving. Deze regels beogen administratieve lastenvermindering en voorkomen eventuele Nederlandse bijheffingen.


Lees meer  
 

Wetsvoorstel Wet Fiscale stimulering start-ups en scale-ups

Start-ups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om werknemers een concurrerend salaris te bieden. Aandelenopties kunnen hiervoor een oplossing bieden. Het voordeel uit aandelenopties is belast tegen de tarieven van box 1 van de inkomstenbelasting. Die tarieven zijn in Nederland een stuk hoger dan in andere landen. 

Optierechten

Ter stimulering van start-ups en scale-ups stelt het kabinet een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups voor. De belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment van verkoop van met de optierechten verkregen aandelen. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2027. De vrijstelling van deze aandelen in box 3 moet per 1 januari 2028 ingaan.

Grondslag LB

De grondslag voor de loonbelastingheffing is beperkt tot 65%, waardoor het effectieve tarief ongeveer gelijk is aan het tarief in box 2. Voorgesteld wordt om deze maatregel toe te passen op aandelenopties die door start-ups en scale-ups zijn uitgegeven sinds de bekendmaking van de fiscale regeling in de Voorjaarsnota van 2025, mits zij de loonsfeer nog niet hebben verlaten.

Voorwaarde

Voorwaarde voor toepassing van de regeling is dat het aandelenoptierecht of de bij uitoefening daarvan verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd. Deze voorwaarde geldt niet bij een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming, omdat de werknemer in die situatie veelal gedwongen is zijn aandelen en optierechten te verkopen.

RVO-beschikking

RVO bepaalt bij beschikking of een onderneming kwalificeert als start-up of scale-up. Die beschikking heeft een looptijd van acht jaar en kan worden verlengd. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de beschikking is niet langer sprake van een start-up of een scale-up. Opties of daaruit verkregen aandelen, die dan nog niet in de heffing zijn betrokken, vallen onder de bestaande regeling voor aandelenopties in de loonheffingen. De grondslagversmalling wordt naar tijdsgelang toegekend.

Emigratie

Bij emigratie van een werknemer voordat de optierechten of de aandelen in de loonheffing zijn betrokken, wordt uitgegaan van een fictieve vervreemding van de aandelen(opties). Daarvoor wordt een conserverende belastingaanslag opgelegd. Voor deze aanslag wordt uitstel van betaling verleend.

Samenloop met lucratiefbelangregeling

Aandelen of optierechten, die als lucratief belang kwalificeren, vallen niet onder deze regeling, ook niet als zij betrekking hebben op een start-up of scale-up.


Lees meer  

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.