Nieuwsbrief 4 juni 2026

Loonbelasting

Accountant als bestuurder maakt omkering bewijslast extra pijnlijk

Een uitzendbureau dat voornamelijk Roemeense krachten detacheert, krijgt naheffingsaanslagen loonheffingen over 2018 en 2019. De FIOD constateert dat duizenden uren niet zijn verloond. De bestuurder erkent dat, maar vindt de naheffingen veel te hoog. Hij beroept zich op een FIOD-rapport dat lagere aantallen uren noemt. 

Structureel te weinig verloond

Uit het onderzoek van de Belastingdienst en de FIOD blijkt dat de loonadministratie van het uitzendbureau ernstige gebreken vertoont. Er bestaan meerdere versies van de wekelijkse urenstaten, waarbij het aantal uren op de definitieve versie naar beneden is aangepast. Lonen worden contant uitbetaald zonder kasadministratie. Van diverse werknemers ontbreekt een kopie van het identiteitsbewijs. De bestuurder verklaart dat hij opzettelijk te weinig uren heeft laten verlonen, omdat de bv over te weinig financiële middelen beschikte.

Schatting op basis van omzet

De inspecteur kan op basis van de gebrekkige administratie geen uitspraak doen over de volledigheid van de aangegeven lonen. Hij schat de werkelijk uitbetaalde lonen daarom op 60% van de omzet. Dit percentage ontleent hij aan branchegegevens van vergelijkbare uitzendbureaus, waar de verhouding brutoloon/omzet tussen 57% en 75% ligt. De inspecteur toetst zijn schatting ook aan de urenbriefjes en het door het uitzendbureau gehanteerde uurtarief van € 16,95 tot € 18. 

Omkering bewijslast

De rechtbank oordeelt dat het uitzendbureau de vereiste aangiften loonheffingen niet heeft gedaan. Het bureau erkent dat over 2018 circa 2.053 en over 2019 circa 1.928 uitzenduren niet zijn verloond. Daarnaast is het gebruikelijk loon van de dga niet aangegeven en is netto loon uitbetaald aan de voormalig aandeelhouder zonder dit in de loonaangifte te verwerken. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast. Het uitzendbureau moet nu overtuigend aantonen dat de naheffingsaanslagen te hoog zijn.

Accountant had beter moeten weten

Het uitzendbureau stelt dat de omzet geen goede maatstaf is, omdat daarin componenten zitten die niets met uitzendwerk te maken hebben. De rechtbank verwerpt dit verweer. Het bureau onderbouwt de stelling niet en verschijnt bovendien niet op de zitting. De rechtbank weegt mee dat de bestuurder accountant is. Hij wist of had moeten weten dat door zijn handelswijze een aanzienlijk bedrag aan belasting niet zou worden geheven.


Lees meer  
 

Ondernemingswinst

Voorraad herwaarderen via kapitaalrekening leidt tot winstcorrectie

Twee vennoten handelen via een vof in Amerikaanse auto-onderdelen. Na een computercrash raken zij hun administratie kwijt. Om de aangifte sluitend te krijgen, waarderen zij de voorraad tegen actuele prijzen in plaats van de historische kostprijs. Het verschil boeken zij via de kapitaalrekening. De inspecteur accepteert dit niet. De herwaardering hoort in de winst. De ondernemer verweert zich met een beroep op de foutenleer.

Vermogenssprong 

De inspecteur constateert dat het eindvermogen van de vof per 31 december 2018 niet aansluit bij het beginvermogen per 1 januari 2019. Het verschil bedraagt € 219.384. De ondernemer verklaart dat dit komt door een computercrash, waardoor veel gegevens verloren zijn gegaan. Om de administratie te kunnen reconstrueren, heeft hij de voorraad gewaardeerd tegen de actuele inkoopprijzen per 1 januari 2021 in plaats van de historische kostprijs. Het verschil heeft hij geboekt op de kapitaalrekening van de andere vennoot.

Historische kostprijs is de norm

De inspecteur stelt dat voorraad fiscaal moet worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs. Een herwaardering naar actuele prijzen is in strijd met goed koopmansgebruik. Bovendien mag een herwaardering niet via de kapitaalrekening lopen, maar hoort zij thuis in de winst- en verliesrekening. Door de voorraad op te waarderen en het verschil buiten de winst te houden, verantwoordt de vof in latere jaren een te lage brutomarge en dus te weinig winst.

Correctie beperkt

De inspecteur corrigeert aanvankelijk het volledige verschil, maar herziet zijn standpunt in bezwaar. Uit de administratie blijkt dat de voorraad per 1 januari 2019 is gewaardeerd op € 340.000, terwijl de balans per 31 december 2018 een voorraad vermeldt van € 177.968. Het verschil van € 162.032 is via de kapitaalrekening geboekt in plaats van via de winst. De inspecteur corrigeert daarom dit bedrag. Omdat de ondernemer voor 50% gerechtigd is tot de winst, bedraagt zijn correctie € 81.016.

Foutenleer biedt geen soelaas

De ondernemer stelt dat de oorzaak van het verschil in oude jaren ligt en dat een eventuele correctie daar moet plaatsvinden. De rechtbank verwerpt dit betoog. Ook als de fout in eerdere jaren is ontstaan, kan de inspecteur deze op grond van de foutenleer corrigeren in het oudste nog openstaande jaar. Dat is hier 2019. De totaalwinst moet immers worden belast. Een vermogenssprong die buiten de heffing blijft, is daarmee uitgesloten.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Overgenomen schuld telt mee voor ab-heffing

Een dga verkoopt zijn aandelen voor € 5.000. De koper neemt ook zijn rekening-courantschuld van € 287.000 over. De inspecteur telt die schuld op bij de overdrachtsprijs en legt een navorderingsaanslag op naar een ab-inkomen van ruim € 274.000. Te gortig, vindt de dga. De schuld was toch nooit meer in te lossen. Het hof geeft hem deels gelijk. De schuld telt mee, maar niet tegen de nominale waarde.

Niet onder normale omstandigheden

Het hof oordeelt dat sprake is van een niet onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst. De dga verkoopt aandelen met een eigen vermogen van ruim € 271.000 voor slechts € 5.000. De accountant heeft de winstreserves niet meegenomen in zijn taxatie. Hieruit volgt dat de dga de koper heeft willen bevoordelen. In dat geval mag de inspecteur de overeengekomen prijs negeren en uitgaan van de waarde in het economisch verkeer.

Schuld telt mee

De inspecteur stelt dat de overgenomen schuld onderdeel is van de tegenprestatie. Hij telt de nominale waarde van € 287.419 op bij de verkoopprijs van € 5.000 en trekt daar de verkrijgingsprijs van € 18.151 van af. Zo komt hij op een ab-voordeel van € 274.268. De dga betwist dit. Hij stelt dat de schuld nooit meer was af te lossen en daarom geen waarde vertegenwoordigt.

Nominale waarde niet aannemelijk

Het hof volgt de inspecteur niet volledig. De schuld is weliswaar opgelopen tot € 287.419, maar dat betekent niet dat de waarde ervan gelijk is aan dit bedrag. De schuld was niet opeisbaar, er was geen rente verschuldigd en er waren geen zekerheden gesteld. Bovendien was de dga ten tijde van de verkoop 54 jaar en kampt hij met gezondheidsbeperkingen. Het hof acht aannemelijk dat de schuld grotendeels oninbaar zou zijn geweest.

Overwaarde als maatstaf

De dga stelt dat de waarde van de schuld nihil is, maar ook dát maakt hij niet aannemelijk. Hij bezit namelijk een eigen woning met een WOZ-waarde van € 249.000 en een hypotheekschuld van € 200.000. Daarmee is sprake van € 49.000 aan overwaarde. Het hof stelt de waarde van de schuld vast op dit bedrag. Het ab-voordeel komt daarmee uit op € 35.849, zijnde de verkoopprijs van € 5.000 plus de waarde van de schuld van € 49.000, minus de verkrijgingsprijs van € 18.151.


Lees meer  
 

Arbeidsrecht

Compensatieregelingen transitievergoeding verdwijnen

Vanaf 2027 krijgen werkgevers geen geld meer terug van de overheid voor de transitievergoeding die ze betalen bij ontslag als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Dit geldt ook voor de compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Aanvankelijk werd voorgesteld de regeling te beperken tot kleine werkgevers. Het kabinet heeft nu voor een algehele afschaffing gekozen.


Lees meer  
 

Meer openheid over loonkloof tussen mannen en vrouwen

Werknemers krijgen meer inzicht in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen op hun eigen werkvloer. Ook moeten werkgevers straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. En er komt een verbod om in gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. De minister van SZW heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat dit regelt. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moeten bedrijven en organisaties met meer dan 100 werknemers regelmatig gaan rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op een website van het ministerie kunnen werknemers deze informatie ook zelf opzoeken. Met deze gegevens kan er een vergelijking worden gemaakt tussen bedrijven of sectoren. Het kabinet wil het op deze manier makkelijker maken verschillen aan te kaarten en hier op de werkvloer een gesprek over te hebben.

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Als na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer instemt, kan het per 1 januari 2027 in werking treden. De eerste groep werkgevers, bedrijven en organisaties met ten minste 150 werknemers, moet dan uiterlijk 7 juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in het kalenderjaar 2027. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers moeten voor het eerst in 2031 rapporteren over de verschillen in 2030.


Lees meer  
 

Nieuwe regels voor bescherming tegen onderbetaling in de maak

De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Door gebrekkige administratie bij de werkgever is niet altijd vast te stellen of er sprake is van onderbetaling. In deze gevallen kan de Arbeidsinspectie wel een boete opleggen voor het niet of niet tijdig verstrekken van de gevraagde informatie. Omdat de onderbetaling niet kan worden vastgesteld, krijgen deze werknemers niet het loon waar ze recht op hebben. De minister van SZW wil via twee verschillende manieren ervoor zorgen dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben. Dit moet in de wet geregeld worden via een zogeheten rechtsvermoeden. Via het rechtsvermoeden wordt de bewijslast omgedraaid.

Omdraaien bewijslast

Als de Arbeidsinspectie vermoedt dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever de gevraagde administratie niet toont, mag ze een fictieve onderbetaling van het loon berekenen. Daarna kan ze de werkgever verplichten om dit geld alsnog te betalen. Zo helpt het rechtsvermoeden werknemers om hun loon daadwerkelijk te ontvangen. Ook in de rechtszaal is het de werkgever die straks moet bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Op dit moment ligt de bewijslast nog bij de werknemer. Werknemers ervaren dat het lastig is om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer weinig documenten heeft ontvangen van de werkgever. De komende maanden zal de minister het rechtsvermoeden verder uitwerken tot een wetsvoorstel.


Lees meer  
 

Ondernemingsrecht

Nieuwe wet faciliteert digitale algemene vergadering

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen aangenomen. De wet creëert flexibiliteit door rechtspersonen toe te staan te kiezen voor fysieke, hybride of volledig digitale vergaderingen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. 

Volledig digitale vergadering mogelijk

De wet maakt het mogelijk voor nv's, bv's, verenigingen, vve's, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen om een volledig digitale algemene vergadering te houden. Deze optie bestaat naast de al bestaande fysieke en hybride vergaderingen. De regeling is facultatief. Rechtspersonen kunnen zelf de vergadervorm kiezen.

Aangescherpte voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen

Voor de meeste rechtspersonen (nv's, bv's, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen) is een statutenwijziging vereist om digitaal te vergaderen. Verenigingen en vve's kunnen volstaan met een machtiging van de algemene vergadering, om zo kosten voor een statutenwijziging te vermijden. Deelnemers moeten de vergadering rechtstreeks kunnen volgen met beeld en geluid en met beeld en geluid kunnen deelnemen aan de beraadslaging via een tweezijdig audiovisueel communicatiemiddel. Dit is een aanscherping van de huidige regels voor hybride vergaderingen. Identificatie van deelnemers en de mogelijkheid tot rechtstreekse uitoefening van het stemrecht blijven verplicht. De procedure hiervoor moet in de oproeping worden vermeld. Rechtspersonen moeten rekening houden met leden met beperkte digitale vaardigheden en zo nodig praktische ondersteuning bieden.

Vereenvoudigde digitale oproeping

Het instemmingsvereiste voor het elektronisch oproepen van leden of aandeelhouders vervalt. Niet-beursgenoteerde nv's mogen voortaan ook oproepen via een langs elektronische weg openbaar gemaakte aankondiging, bijvoorbeeld op de website, in plaats van via een landelijk dagblad. De oproeping moet informatie bevatten over de procedure voor deelname aan de digitale vergadering en het uitoefenen van het stemrecht.


Lees meer  
 

Overige heffingen

Begraafplaatsrechten niet voor onderhoud aan specifiek graf

Een man krijgt voor 2025 een aanslag Begraafplaatsrechten van € 147 opgelegd. De man is het niet eens met de aanslag. Hij is van mening dat het graf niet wordt onderhouden. Hij vordert daarom terugbetaling van de betaalde aanslagen vanaf 1986.

Begraafplaats als geheel 

De heffingsambtenaar voert aan dat de jaarlijkse aanslag voor begraafplaatsrechten niet bedoeld is voor het onderhoud van een specifiek graf, maar voor het algemene onderhoud van de begraafplaats als geheel. Dit omvat zaken zoals het onderhouden van paden, groenvoorzieningen, waterpartijen, en de directe omgeving van de graven. Daarnaast benadrukt de heffingsambtenaar dat eventuele problemen met het onderhoud van het specifieke graf geen invloed hebben op de juistheid van de aanslag. De rechtbank stelt vast dat de man geen overtuigend bewijs heeft geleverd dat het algemene onderhoud van de begraafplaats te kort schiet. 

Geen terugwerkende kracht 

Ook bevestigt de rechtbank dat alle eerdere aanslagen onherroepelijk vaststaan, omdat de man hiertegen nooit tijdig bezwaar heeft gemaakt. Volgens het Besluit inzake ambtshalve verminderen van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen kan een vernietiging of vermindering van de eerdere aanslagen slechts met terugwerkende kracht plaatsvinden tot maximaal het belastingjaar 2023. Dit kan bovendien alleen onder specifieke voorwaarden, waaraan in dit geval niet is voldaan. De aanslagen zijn daardoor definitief en onherroepelijk geworden.


Lees meer  
 

Autobelastingen

Omgebouwde bestelbus geen kampeerauto

De eigenaar van een Mercedes-Benz Vito gebruikt deze als kampeerauto. Hij vraagt om toepassing van het kampeerautotarief in de MRB. De inspecteur wijst de aanvraag af, omdat de kampeerauto niet aan alle inrichtingseisen voldoet.

Inrichtingseisen

De eigenaar van de kampeerauto wijst op de aanwezigheid van twee vaste zitplaatsen, een tafel en een keukenblok van minimaal 60 cm hoog. De inspecteur geeft aan dat het voertuig inderdaad aan deze aspecten voldoet. Er zijn echter twee problemen. De binnenruimte is te smal. Deze is 87 cm breed, terwijl minimaal 90 cm is vereist. Daarnaast ontbreekt een ingebouwde uitneembare watervoorziening, wat eveneens verplicht is.

Breedte-eis 

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waarmee de aanslag in stand blijft. Het niet voldoen aan de breedte-eis is op zichzelf voldoende reden om het verzoek af te wijzen. De discussie over de watervoorziening laat de rechtbank buiten beschouwing.


Lees meer   

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.