Nieuwsbrief 16 maart 2026

Loonbelasting

Vervolgonderzoek evaluatie gebruikelijkloonregeling

De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over het Vervolgonderzoek evaluatie gebruikelijkloonregeling. Het onderzoek bevestigt dat de regeling grotendeels doelmatig is, aangezien de kosten ruimschoots worden overstegen door de opbrengsten. Echter, verbetering is nodig. Er liggen uitdagingen in het nauwkeurig vaststellen van het gebruikelijk loon, deels door het ontbreken van eenduidige informatie en handhaving. Het kabinet onderzoekt daarom de haalbaarheid van een uniforme waarderingsmethode en start een data-analyse om beter inzicht te krijgen in de toepassing van de regeling.

De huidige normbedragstructuur blijft gehandhaafd. De onderzoekers stellen alternatieven voor, zoals een generieke verhoging of differentiatie van het normbedrag op basis van de loonsom, maar het kabinet acht deze niet doeltreffend of doelmatig. Een verhoging kan leiden tot meer bureaucratie en discussies, terwijl differentiatie weinig verbetert voor de groep directeuren-grootaandeelhouders met kleine ondernemingen. Om deze redenen worden deze opties niet verder uitgewerkt.

Uiteindelijk ligt de focus op het verbeteren van informatievoorziening en handhaving. Het kabinet richt zich op methodische verbeteringen, zoals het haalbaarheidsonderzoek naar functiewaardering, zodat het voor zowel dga’s als de Belastingdienst eenvoudiger wordt om het gebruikelijk loon correct vast te stellen en naleving van de regeling te waarborgen.


Lees meer  
 

Ondernemingswinst

Heretiketteren youngtimer

Een ondernemer heeft de mogelijkheid om vermogensbestanddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt als ondernemings- of als privévermogen te kwalificeren. De keuze voor ondernemingsvermogen moet worden gemaakt in het jaar waarin het vermogensbestanddeel voor het eerst voor de onderneming wordt gebruikt. Deze keuze kan gewijzigd worden tot het moment waarop de aanslag van het desbetreffende jaar onherroepelijk vaststaat. Daarna is herziening van de keuze alleen mogelijk op grond van bijzondere omstandigheden.

Bijzondere omstandigheid

De aanpassing van de youngtimerregeling kan een bijzondere omstandigheid vormen, die keuzeherziening rechtvaardigt. Voorwaarde is wel dat aannemelijk wordt gemaakt dat onder de nieuwe wettelijke regeling een andere etiketkeuze zou zijn gemaakt dan onder de oude regeling. De keuze kan worden herzien na inwerkingtreding van de nieuwe regeling per 1 januari 2027.

Voorbeeld
Een ondernemer met een eenmanszaak schaft in 2024 een youngtimer aan. De auto vormt keuzevermogen en de ondernemer rekent de auto tot het ondernemingsvermogen. De bijtelling privégebruik van die personenauto is dan in 2024 35% van de waarde in het economisch verkeer. Als gevolg van de aanpassingen in de youngtimerregeling wijzigt de omvang van de bijtelling privégebruik auto. Vanaf 2027 bedraagt de bijtelling pas 35% van de waarde in het economische verkeer als de auto 25 jaar oud is. Vanaf het belastingjaar 2027 wordt de bijtelling (weer) berekend over de cataloguswaarde als de auto niet aan het leeftijdscriterium voldoet.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend

Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen aflossingen of rentebetalingen plaats. De man geeft de schuld zelf aan in zijn aangiften inkomstenbelasting voor box 3. In 2015 treedt hij af als bestuurder. Een stichting neemt het bestuur over. In mei 2016 sluiten de man en de holding een vaststellingsovereenkomst waarin staat dat de rekening-courantschuld na onderzoek 'ongegrond' blijkt en wordt kwijtgescholden. Eind 2016 wordt de holding ontbonden.

Nooit bestaan?

De inspecteur merkt de kwijtschelding aan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. De helft wordt bij de man belast, de andere helft bij zijn echtgenote. De man stelt dat de schuld nooit heeft bestaan. Zijn vader en broer deden de administratie van het familiebedrijf en de holding. Hij was daar zelf niet bij betrokken. De boekingen waren fout. Een accountant zou dat hebben vastgesteld in een rapport, maar de man kent de naam van die accountant niet en heeft het rapport nooit gezien.

Eigen verantwoordelijkheid

De rechtbank gaat niet mee in het verweer. De vordering stond jarenlang in de aangiften vennootschapsbelasting van de holding én in de eigen aangiften inkomstenbelasting van de man. Professionele adviseurs hebben die aangiften opgesteld zonder vraagtekens te plaatsen bij de vordering. De man heeft zelf de vaststellingsovereenkomst getekend waarin de schuld wordt kwijtgescholden. Als dga had hij een eigen verantwoordelijkheid voor de fiscale verplichtingen. Dat hij de administratie aan anderen overliet, komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank acht bewezen dat de schuld heeft bestaan en dat de kwijtschelding een verkapte uitdeling is.


Lees meer  
 

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar

Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd bereikte. Dat gebeurt echter niet. De man blijft fulltime werken als directeur en ontvangt een managementvergoeding van zijn holding.

Stamrecht te laat ingegaan

De inspecteur constateert dat het stamrecht te laat is ingegaan. Normaal gesproken leidt dat tot belastingheffing over de volledige waarde van de aanspraak in één keer, plus 20% revisierente. De inspecteur biedt echter een alternatief: herstel de situatie door alsnog stamrechtuitkeringen aan te geven vanaf 2018. De dga kiest voor het alternatief, maar wil de managementvergoeding met terugwerkende kracht verlagen. Zijn redenering: als hij alsnog stamrechtuitkeringen moet aangeven, mag hij zijn managementvergoeding navenant verlagen. Per saldo blijft zijn inkomen dan gelijk.

Twee vennootschappen, twee titels

De inspecteur weigert. De managementvergoeding is de betaling voor zijn werk als directeur en komt van de holding. De stamrechtuitkering is de betaling uit zijn oude ontslagvergoeding en komt van de pensioen-bv. Dit zijn twee verschillende vennootschappen met twee verschillende redenen om te betalen. Je kunt de ene niet wegstrepen tegen de andere.

Ontvangen blijft ontvangen

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank. De dga heeft de managementvergoeding ontvangen en de holding heeft loonheffingen ingehouden en afgedragen. Daarmee is het loon genoten. Dat is een feit waaraan je achteraf niet kunt morrelen. De dga stelt dat sprake is van een fout die hersteld moet worden. Het hof ziet dat anders. Er is geen fout, maar een gewijzigd standpunt. Het achteraf verlagen van de vergoeding zou hooguit leiden tot negatief loon in het jaar van terugbetaling. Het doet niets af aan het feit dat de dga het loon in 2018 en 2019 al heeft genoten.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Huurder mag huurprijs niet verminderen, ondanks btw-vrijstelling

Een vof verhuurt een bedrijfsruimte aan een ondernemer. Na een tijdje komt de ondernemer tot de conclusie dat er sprake is van vrijgestelde verhuur. Hij besluit om zijn huurbetalingen te verminderen met het bedrag aan btw. De verhuurder is het daar niet mee eens en ontbindt de huurovereenkomst wegens de opgelopen huurachterstand.

Onbelaste verhuur

Om de hoogte van de huurachterstand te bepalen moet eerst worden beoordeeld of het gaat om met btw belaste verhuur. Verhuur van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van omzetbelasting. Partijen kunnen onder voorwaarden opteren voor belastbare verhuur. Dat moet dan in ieder geval blijken uit een schriftelijke huurovereenkomst of een beschikking van de inspecteur na een gezamenlijk verzoek daartoe. Aan die voorwaarden is hier niet voldaan en daarom is de verhuur vrijgesteld van btw.

Verlagen huursom

Dat het gaat om onbelaste verhuur betekent echter niet dat de ondernemer 21% van de betaalde huurbedragen met terugwerkende kracht mag verrekenen. Of de verhuur wel of niet had mogen worden belast, doet namelijk niets af aan de overeengekomen huurprijs van € 847. Dit bedrag heeft de ondernemer in het begin ook voldaan als tegenprestatie voor het gehuurde. Bovendien staat in het door de vof overgelegde (concept)huurcontract een huurprijs van € 847 exclusief btw. De kantonrechter oordeelt dat de ondernemer deze overeengekomen maandelijkse huurprijs had moeten betalen.

Geen ontbinding en ontruiming

Het uitgangspunt is dat de ontbinding en ontruiming worden toegewezen bij een huurachterstand van minstens drie maanden. De huurachterstand in deze zaak bedraagt circa vijf maanden. Vanwege de bijzondere aard van de tekortkoming ziet de kantonrechter in dit geval aanleiding om hiervan af te wijken. De ondernemer heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van onbelaste verhuur. Hij had echter niet de overeengekomen huurprijs mogen verminderen met 21% en deze niet mogen verrekenen met zijn betalingsverplichtingen. Als de ondernemer op dat punt ook gelijk had gekregen, dan zou de huurachterstand slechts circa één maand bedragen. Hieruit volgt dat er geen sprake is van volledige betalingsonwil of -onmacht. Dit blijkt ook uit het feit dat de ondernemer de lopende huur (weliswaar minus 21%) gewoon is blijven doorbetalen. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen.


Lees meer  
 

Successiewet

Waardering huurrecht: rekening houden met indexatie en metterwoonclausule

Een vrouw mag na het overlijden van haar partner levenslang in zijn woning blijven wonen voor € 500 per maand. De inspecteur merkt dit huurrecht aan als een fictieve erfrechtelijke verkrijging en legt een aanslag erfbelasting op. De vrouw vindt de waardering te hoog. Bij de berekening moet volgens haar rekening worden gehouden met toekomstige huurverhogingen én met het feit dat het huurrecht vervalt als zij verhuist. 

Levenslang woonrecht voor een prikkie

Een man en vrouw hebben een affectieve relatie, maar zijn niet getrouwd en hebben geen samenlevingscontract. De man bezit via zijn bv een woning. In 2007 ondertekenen zij een verklaring dat als de man overlijdt, de vrouw levenslang in de woning mag blijven voor € 500 per maand. De huurprijs is niet vatbaar voor verhogingen, maar mag wel geïndexeerd worden. De man overlijdt in 2021. De vrouw staat niet in zijn testament. De inspecteur ziet de huurverklaring als een schenking onder opschortende voorwaarde. Nu de man is overleden, is de voorwaarde vervuld. De schenking wordt daarom behandeld als een fictieve verkrijging krachtens erfrecht.

Hoe waardeer je zo'n recht?

De waarde van het huurrecht wordt berekend als een vruchtgebruik. De inspecteur gaat uit van een vaste huur van € 6.000 per jaar. De vrouw stelt dat rekening moet worden gehouden met indexatie. Door de indexatiemogelijkheid is de jaarlijkse huur onzeker. Op basis van de gemiddelde inflatie van de afgelopen tien jaar, komt zij uit op een geschat gemiddelde van € 6.942 per jaar. De rechtbank volgt haar. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat bij de waardering rekening wordt gehouden met het geschatte gemiddelde jaarbedrag, inclusief indexatie.

Verhuizen betekent einde huurrecht

De vrouw voert daarnaast aan dat het huurrecht minder waard is, omdat het vervalt zodra zij ergens anders gaat wonen. Dit heet een metterwoonclausule. De rechtbank is het daarmee eens. Uit de huurverklaring volgt dat het in beginsel levenslange huurrecht eindigt als de vrouw verhuist. Dat is een waardedrukkende factor. In navolging van eerdere rechtspraak stelt de rechtbank de waardevermindering op 25%. Het maakt daarbij niet uit dat het gaat om een persoonlijk recht en niet om een zakelijk recht zoals vruchtgebruik.


Lees meer  
 

Overige heffingen

Forensenbelasting in twee gemeenten

Een man heeft een stacaravan in een andere gemeente dan zijn woonplaats. Halverwege het jaar verkoopt hij deze stacaravan en hij koopt op 24 juli een nieuwe stacaravan in een andere gemeente. Beide caravans hebben de man gedurende meer dan 90 dagen ter beschikking gestaan. Beide gemeenten leggen een aanslag forensenbelasting op aan de man.

Forensenbelasting 

Volgens de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.

Dubbele lasten

De man voert aan dat hij onrechtmatig wordt geconfronteerd met dubbele lasten, omdat hij in hetzelfde belastingjaar forensenbelasting betaalt aan twee verschillende gemeenten. Hij vindt dat de belasting tijdsevenredig zou moeten worden toegepast, zodat elke gemeente slechts heffingen mag opleggen voor de periode waarin de caravan daadwerkelijk beschikbaar was. Hij betoogt dat de toepassing van de 90-dagenregel als minimumcriterium voor het opleggen van forensenbelasting zorgt voor ongelijkheid en willekeur, en dat dit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Niet onevenredig 

Het hof wijst het standpunt van de man af. Elke gemeente heeft het recht zelfstandig forensenbelasting op te leggen op basis van haar eigen verordening. Een gemeente hoeft daarbij geen rekening te houden met heffingen in andere gemeenten. De opbrengsten zijn bedoeld als bijdrage van niet-inwoners aan de uitgaven van de gemeente, omdat zij gebruikmaken van gemeentelijke voorzieningen. Hiermee wordt een evenwicht gezocht tussen de kosten die de gemeente maakt voor diensten en infrastructuur en de bijdrage van personen die wel profiteren van deze voorzieningen, maar geen inwoner zijn. Het hof ziet geen strijd met het evenredigheidsbeginsel. De toepassing van de 90-dagenregel en de berekening van het belastingtarief zijn volgens het hof rechtmatig en niet onevenredig in verhouding tot het doel van de heffing.


Lees meer  

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.