Loonbelasting
Nieuwe werkgever kan vanaf 2027 het LKV voor de resterende periode overnemen
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein teneinde voor een nieuwe werkgever een recht te regelen op een loonkostenvoordeel voor de resterende duur daarvan’ aangenomen. De regeling gaat naar verwachting in op 1 januari 2027.
De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) regelt een aantal financiële tegemoetkomingen voor werkgevers die mensen aannemen die extra ondersteuning nodig hebben om aan het werk te komen. De huidige wet geeft geen duidelijke regels over wat er gebeurt met het loonkostenvoordeel (LKV) als een bedrijf wordt overgenomen of fuseert en wordt daarom aangepast. Als een werknemer overstapt naar een nieuwe werkgever, mag die nieuwe werkgever straks het LKV voor de resterende periode overnemen. In het wetsvoorstel worden hiervoor de begrippen ‘nieuwe werkgever’ en ‘doelgroepverklaring nieuw werkgeverschap’ geïntroduceerd.
Voetbalkaartjes voor werknemers zijn loon in natura
Een schoonmaakbedrijf beschikt over twee seizoenkaarten voor Ajax en koopt nog 22 kaarten voor de wedstrijd Ajax-Juventus. De kaarten worden gebruikt door werknemers en de aandeelhouder. Het bedrijf stelt dat de kaarten dienen voor acquisitie en relatiebeheer. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op. Het bedrijf heeft namelijk niet geadministreerd wie de wedstrijden heeft bezocht en met welk doel. Is de naheffing terecht?
Zakelijk?
Het bedrijf stelt dat de kaarten acquisitiemiddelen zijn. Potentiële klanten worden meegenomen naar wedstrijden of krijgen kaarten ter beschikking gesteld. Tijdens wedstrijden en evenementen in het stadion doet het bedrijf nieuwe contacten op die leiden tot omzet. De schoonmaakbranche is een competitieve markt waarin contracten tot stand komen op basis van persoonlijke gunning en netwerken. Volgens het bedrijf heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voordeel in natura.
Privé
De rechtbank oordeelt dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in hoge mate een recreatief karakter heeft. Werknemers die een wedstrijd bezoeken, doen dat in beginsel uit eigen persoonlijke behoeftenbevrediging. Het is vervolgens aan het bedrijf om het zakelijke karakter van de verstrekking aannemelijk te maken. Daarin slaagt het bedrijf niet. Het bedrijf heeft niet inzichtelijk gemaakt wie de kaarten heeft gebruikt en of dat een zakelijk of privédoel had. Dat tijdens een wedstrijdbezoek een contact kan worden opgedaan dat uitgroeit tot een zakelijk contact, neemt het consumptieve karakter van het bezoek niet weg. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
Inkomstenbelasting
Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek
Een man koopt in 2014 een woning en financiert deze met een hypothecaire lening. Deze lening heeft een looptijd tot 2045 en kwalificeert als een 'eigenwoningschuld'. In 2021 sluit de man deze lening over naar een andere geldverstrekker. De nieuwe lening krijgt echter opnieuw een looptijd tot 2051. Wanneer de man zijn aangifte inkomstenbelasting indient, claimt hij aftrek van de rente en financieringskosten van deze nieuwe lening. De inspecteur accepteert deze aftrekposten niet, omdat de looptijd van de overgesloten lening te lang is.
Looptijd aangepast
De man stelt dat de overgesloten hypotheek alsnog met terugwerkende kracht als eigenwoningschuld moet gelden. Hij wijst erop dat de lening in 2024 is aangepast, waardoor een deel van de lening wel voldoet aan de oorspronkelijke einddatum van 2045. Deze aanpassing vond plaats voordat de aanslag voor 2021 onherroepelijk vaststond. Daarnaast bepleit de man een proportionele aftrek van de financieringskosten. Volgens hem kwalificeert de lening voor 26 van de 30 jaar wel als eigenwoningschuld, waardoor een deel van de kosten aftrekbaar zou moeten zijn.
Wettelijke vereisten
De rechtbank legt uit dat een schuld alleen een eigenwoningschuld is als deze tijdens de looptijd wordt afgelost en de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt. Bij het oversluiten van een lening mag de looptijd van de nieuwe schuld niet langer zijn dan de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. De rechtbank stelt vast dat de nieuwe lening in 2021 opnieuw een looptijd van 360 maanden kreeg, zonder rekening te houden met de reeds verstreken looptijd van de eerdere lening. De lening had maximaal tot 2045 mogen lopen om als eigenwoningschuld te kwalificeren.
Geen terugwerkende kracht of proportionele aftrek
De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling dat de latere aanpassing van de lening in 2024 met terugwerkende kracht geldt voor 2021. De aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst. Hoewel de looptijd later is aangepast, ging deze wijziging pas in september 2024 in. Voor het jaar 2021 voldeed de lening niet aan de wettelijke voorwaarden en dit kan niet met terugwerkende kracht worden hersteld. Ook het argument voor een proportionele aftrek van financieringskosten wordt afgewezen. De wet voorziet niet in een dergelijke verdeling van aftrekbaarheid.
Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie
Een man doet giften aan instellingen in Duitsland en Zwitserland. Deze instellingen zijn in hun eigen land erkend als algemeen nut beogend, maar hebben geen Nederlandse anbi-status aangevraagd. De inspecteur weigert daarom de giftenaftrek. De man stelt dat de registratievoorwaarde in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. Van buitenlandse instellingen kan volgens hem niet worden verlangd dat zij in Nederland een anbi-status aanvragen.
Registratievoorwaarde
De man beroept zich op het arrest Persche van het Hof van Justitie. Hij stelt dat de buitenlandse instellingen ook voldoen aan de Nederlandse materiële voorwaarden voor een anbi-status. Vanwege de bewerkelijkheid van het registratietraject kan van buitenlandse instellingen niet in redelijkheid worden verlangd dat zij in Nederland een aanvraag indienen. De registratievoorwaarde vormt daarom een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.
Geen onderscheid
Het gerechtshof verwerpt dit betoog. De wet maakt geen onderscheid naar vestigingsplaats en de procedure is niet onredelijk bezwarend. De Hoge Raad oordeelt dat de registratievoorwaarde juridisch geen onderscheid maakt naar vestigingsplaats. Zowel in Nederland als in andere lidstaten gevestigde instellingen kunnen verzoeken om als anbi te worden aangemerkt. Ook van een indirect onderscheid is geen sprake. De voorwaarde treft naar haar aard buitenlandse instellingen niet meer dan binnenlandse instellingen. Dat de aanvraagprocedure bewerkelijk is, geldt evenzeer voor Nederlandse instellingen. Van de gestelde voorwaarden kan niet worden gezegd dat buitenlandse instellingen daarvan in feite worden uitgesloten doordat het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk zou zijn eraan te voldoen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen.
Schadevergoeding van bv op privérekening is afkoop pensioen
Een bv ontvangt een schadevergoeding van bijna € 700.000 na een civiele procedure. Het bedrag wordt gestort op de privérekening van de dga. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioen in eigen beheer. De dga stelt dat de schadevergoeding helemaal niet aan de bv toekomt. Bovendien betwist hij dat de aanslag tijdig is opgelegd. Houdt de aanslag stand?
Schadevergoeding
Een dga houdt alle aandelen in een bv die een pensioenverplichting jegens hem heeft. De fiscale balanswaarde van deze verplichting bedraagt € 229.238. De bv lijdt schade door bouwwerkzaamheden van een bouwbedrijf. Na een civiele procedure en het faillissement van het bouwbedrijf sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst. De bv ontvangt een schadevergoeding van € 692.062. Dit bedrag wordt echter gestort op een bankrekening ten name van de dga zelf. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioenaanspraken. De dga betwist dat de schadevergoeding tot het vermogen van de bv behoort.
Aanslagtermijn
Daarnaast stelt de dga dat de aanslag te laat is opgelegd. De inspecteur heeft namelijk een informatiebeschikking gegeven, waardoor de aanslagtermijn is verlengd. Volgens de dga levert dit misbruik van bevoegdheid op. Het hof oordeelt dat de aanslag tijdig is opgelegd. De normale aanslagtermijn van drie jaar is verlengd met de duur van het verleende uitstel én met de periode tussen de informatiebeschikking en het onherroepelijk worden daarvan. Van misbruik van bevoegdheid is geen sprake, omdat het hof in een eerdere procedure al heeft geoordeeld dat de informatiebeschikking terecht is gegeven.
Afkoop van pensioen
Ten aanzien van de schadevergoeding staat inmiddels tot aan de Hoge Raad vast dat deze een belastbare bate is voor de bv. Nu het bedrag op de privérekening van de dga is gestort en hij niet voornemens is dit terug te betalen, heeft hij het vermogen aan de bv onttrokken. Het hof oordeelt dat de dga een deel van dit bedrag heeft onttrokken als afkoop van pensioen in eigen beheer. De afkoopwaarde is terecht als loon uit vroegere dienstbetrekking belast. Het maakt hierbij niet uit of de dga de onttrekking zelf zo heeft bedoeld. Beslissend is dat de dga een bedrag aan de bv onttrekt, terwijl de bv een pensioenverplichting jegens hem heeft.
Dga's met een pensioen in eigen beheer moeten er rekening mee houden dat geldstromen van de bv naar privé fiscaal kunnen worden gekwalificeerd als afkoop, met alle gevolgen van dien.
Omzetbelasting
Weigering nultarief bij btw-carrouselfraude
Twee medewerkers van een bv zijn bij hun vorige werkgever al eens gewaarschuwd door de Belastingdienst over de risico's van btw-fraude in de metaalhandel. Jaren later start de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar btw-carrouselfraude, waarbij Nederlandse bedrijven metaal leveren aan Britse afnemers. De bv waar deze twee nu werken, is een van de verdachten. Uit dit onderzoek blijkt dat de bv metaal levert aan diverse Britse vennootschappen. De inspecteur concludeert dat de bv wist of had moeten weten dat zij deel uitmaakte van handelsketens waarin btw-fraude plaatsvond. Daarom legt de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op.
Fraude in de handelsketen
De bv betwist de naheffingsaanslag. Zij stelt dat, zelfs als er fraude is gepleegd door de Britse afnemers, dit niet in de handelsketen met haar gebeurt. De waarschuwingsbrief uit 2013 is volgens de bv niet relevant, omdat deze aan een andere onderneming is gericht. Ook voert zij aan dat externe professionals en een kredietverzekeraar geen aanwijzingen voor fraude hebben gevonden. Het afleveren op een ander adres dan het vestigingsadres is volgens hen normaal. De afnemer is immers een tussenhandelaar die kan volstaan met een postadres.
Know your customer
Het hof benadrukt dat het nultarief geweigerd mag worden als een ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelnam aan btw-fraude. Van een professionele handelaar in risicogoederen zoals schroot mag extra zorgvuldigheid worden verwacht. De kennis van de twee medewerkers over btw-fraude, opgedaan bij een eerdere werkgever, is relevant. Het hof constateert dat de bv nauwelijks 'know your customer' (KYC) onderzoek heeft gedaan. Het hof oordeelt dat de bv wist of behoorde te weten dat btw-fraude plaatsvond in de handelsketens waarvan zij deel uitmaakte.
Sociale verzekeringen
Wet implementatie EU-richtlijn toereikende minimumlonen
De EU-richtlijn toereikende minimumlonen schrijft procedures voor die van toepassing moeten zijn bij het vaststellen van minimumlonen, bevordert collectieve onderhandelingen over loonvorming en gaat in op de daadwerkelijke toegang van werknemers tot minimumlonen. Lidstaten behouden de vrijheid om zelf de hoogte van het minimumloon te bepalen. De richtlijn bevat veel elementen die in Nederland al onderdeel zijn van de bestaande praktijk. De implementatie van de richtlijn leidt daarom tot een beperkt aantal wijzigingen in de huidige wetgeving.
Bescherming tegen benadeling
Een nieuw artikel regelt dat werknemers niet mogen worden benadeeld door hun werkgever vanwege aanspraak op het wettelijk minimumloon of de laagste loonschaal uit de cao. Dit civielrechtelijke beschermingsmechanisme versterkt werknemersrechten.
Evaluatiecriteria voor het minimumloon
Elke vier jaar wordt het wettelijk minimumloon geëvalueerd aan de hand van de volgende criteria:
- de koopkracht van het minimumloon, rekening houdend met de kosten voor levensonderhoud;
- het algemene niveau van de lonen en de verdeling ervan;
- het groeipercentage van de lonen; en
- nationale productiviteitsniveaus en -ontwikkelingen op lange termijn.
Autobelastingen
Mrb voor bestuurder van auto met Frans kenteken
Motorrijtuigenbelasting (mrb) wordt geheven van degene die een motorvoertuig feitelijk tot zijn beschikking heeft. De persoon die het voertuig daadwerkelijk gebruikt, is verantwoordelijk voor het betalen van de belasting. Dit geldt ook als het voertuig niet op zijn naam staat. Voor voertuigen met een buitenlands kenteken geldt dat de mrb is verschuldigd als de gebruiker in Nederland staat ingeschreven en hij het voertuig in Nederland gebruikt, tenzij hij kan aantonen dat het voertuig niet aan hem ter beschikking stond.
Auto van een vriend
Een man die sinds 2008 staat ingeschreven op een Nederlands adres wordt staande gehouden tijdens een politiecontrole in Nederland. Hij bestuurt een auto met een Frans kenteken, zonder dat daarvoor in Nederland mrb is betaald. Aan de politie geeft hij aan dat hij de auto van een Franse vriend heeft geleend. Kort daarna volgt de aankondiging dat de inspecteur een naheffingsaanslag mrb met boete wil opleggen. De man reageert hierop met een bezwaarschrift. Daarin stelt hij dat de eigenaar van de auto ook in het voertuig aanwezig was. Ondanks zijn bezwaar legt de inspecteur de naheffingsaanslag op, samen met een boete van ruim € 5.000. De man gaat in (hoger) beroep.
Alleen in de auto
Het hof is van oordeel dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de man alleen in de auto zat en dus de auto feitelijk ter beschikking had. Als de eigenaar van de auto naast de man zou hebben gezeten, dan zou het voor de hand hebben gelegen dat de man zou hebben verklaard dat de auto van de persoon naast hem was en zou hij niet hebben gesproken over lenen. Het hof oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Wel besluit het hof om de boete te matigen tot € 500. Hierbij houdt het hof rekening met de financiële situatie van de man en het feit dat de naheffing deels op vermoedens is gebaseerd.
Formeel recht
Geen wettelijke termijn voor verliesbeschikking
Een bv die statutair gevestigd is op Curaçao, maakt deel uit van een complexe structuur met meerdere vennootschappen. De inspecteur stelt na een vestigingsplaatsonderzoek vast dat de bv in de jaren 2010 tot en met 2015 feitelijk in Nederland is gevestigd. De bv lijdt in deze jaren verliezen en verzoekt de inspecteur om deze verliezen bij beschikking vast te stellen.
De inspecteur wijst dit verzoek af, omdat de termijnen voor het vaststellen van een aanslag en navorderingsaanslag zijn verstreken. Tegen deze afwijzing maakt de bv bezwaar, maar de inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Volgens de bv is deze beslissing wel degelijk voor bezwaar vatbaar, omdat de wet bepaalt dat de inspecteur het verlies bij een voor bezwaar vatbare beschikking vaststelt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van de bv ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank verwijst naar de wet. De rechtbank benadrukt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een verliesbeschikking ook kan worden vastgesteld als er geen aanslag is opgelegd, of buiten de reguliere aanslagtermijn.
De wet stelt geen voorwaarden aan de vorm of de termijn van een verzoek tot verliesvaststelling. Dat de bv geen aangiften heeft ingediend of dat de aanslagtermijnen zijn verstreken, staat de vaststelling van een verliesbeschikking niet in de weg. Aangezien de inspecteur tijdens de zitting de hoogte van de verliezen niet meer betwist, stelt de rechtbank zelf de verliesbeschikkingen vast op de door de bv opgegeven bedragen.
Reactie plaatsen
Reacties