Home » Nieuwsbrief » Nieuwsbrief 30 juni 2022

Nieuwsbrief 30 juni 2022

Belastingplan

Wetsvoorstel aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022

De staatssecretaris van Financiën heeft de Eerste Kamer gevraagd om het wetsvoorstel aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 met de grootst mogelijke spoed in behandeling te nemen. Het wetsvoorstel bevat btw-maatregelen, die vanaf 1 juli 2022 effect moeten hebben op de koopkracht van huishoudens. Daarnaast dient het wetsvoorstel ter codificatie van besluiten op het gebied van brandstofaccijnzen. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 21 juni 2022 aangenomen. Mocht een volledige behandeling van het wetsvoorstel voor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022 niet haalbaar zijn, dan komt de staatssecretaris met een beleidsbesluit om de btw-maatregel per 1 juli van kracht te laten worden.

Inmiddels is bekend geworden dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel op 28 juni jl. heeft aangenomen. Het wetsvoorstel is als hamerstuk, dat wil zeggen zonder hoofdelijke stemming, afgedaan.

De Wet aanvullende fiscale koopkrachtmaatregelen 2022 regelt de tijdelijke toepassing van het lage btw-tarief van 9% op energie met ingang van 1 juli 2022 en een verlaging van de accijns op benzine, diesel en lpg met 21% per 1 april 2022. Daarnaast bevat de wet een uitwerking van maatregelen die het effect van de stijgende energieprijzen voor het Caribisch deel van Nederland moeten matigen.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Toepassing multiplier giftenaftrek

De staatssecretaris van Financiën heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de toepassing van de multiplier voor giften aan culturele algemeen nut beogende instellingen (ANBI) bij fiscale partners.

Vanaf 1 januari 2012 mogen giften aan een culturele ANBI in de aangifte worden vermenigvuldigd met 1,25. De verhoging bedraagt maximaal € 1.250. Er is een tegenstrijdigheid geconstateerd tussen de uitvoeringspraktijk en de wetgeving. De multiplier voor giften aan ANBI’s wordt op basis van de juridische interpretatie onjuist toegepast. Daardoor zijn jaarlijks ongeveer 1.500 belastingaanslagen op een onjuist bedrag vastgesteld. In het aangifteprogramma van de Belastingdienst en in commerciële aangifteprogramma’s is ervan uitgegaan dat het maximumbedrag van € 1.250 voor fiscale partners samen geldt. Dat is niet juist. Het maximumbedrag van € 1.250 geldt per belastingplichtige.

Op dit moment wordt uitgewerkt wat de gevolgen zijn voor lopende jaren en het verleden. Voor de ongeveer 1.500 belastingplichtigen per jaar, die mogelijk in aanmerking kwamen voor een hogere giftenaftrek, wordt naar een passende en uitvoerbare oplossing gezocht.

De staatssecretaris is van plan om de wet op dit punt te wijzigen voor toekomstige jaren.


Lees meer  
 

Planning herziening stelsel box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een gedetailleerde planning voor de invoering van een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement naar de Tweede Kamer gestuurd. Door de extra werkzaamheden als gevolg van het kerstarrest van de Hoge Raad is onzeker of de gewenste inwerkingtreding per 2025 haalbaar is. De extra werkzaamheden bestaan uit het rechtsherstel voor de jaren 2017-2020, het aanpassen van de systemen voor de jaren 2021-2022, de overbruggingswetgeving vanaf het jaar 2023 en de benodigde dekkingsmaatregelen.

Het streven is om in het derde kwartaal van 2022 de wetgeving in concept op te leveren. Veel in de planning is nog onzeker en aangegeven met “nader te bepalen”. De  staatssecretaris benadrukt dat het gaat om een grote herziening van de inkomstenbelasting. Die herziening heeft gevolgen voor een grote groep belastingplichtigen, maar ook voor banken en financiële instellingen en de Belastingdienst. In het algemeen geldt dat hoe ingewikkelder de wetgeving is, des te complexer de implementatie voor de Belastingdienst en andere betrokkenen is. Daarmee dient rekening gehouden te worden bij de planning van het tijdspad van het nieuwe box 3-stelsel.


Lees meer  
 

Vennootschapsbelasting

Aanpassing regeling functionele valuta

Onder voorwaarden kan aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) worden gedaan in een andere geldeenheid dan de euro. Het belastbare bedrag van een jaar wordt dan omgerekend van de andere geldeenheid naar de euro tegen de gemiddelde koers van deze andere geldeenheid over het jaar van aangifte. De gehanteerde wisselkoers is het rekenkundige gemiddelde van de dagkoersen van de andere geldeenheid gedurende het desbetreffende jaar, zoals deze worden gepubliceerd door de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB publiceert sinds 2 maart 2022 de wisselkoers van de Russische roebel niet meer. Hierdoor is het voor de Belastingdienst niet mogelijk om bij de vaststelling van aanslagen Vpb gebruik te maken van een door de ECB gepubliceerde wisselkoers.

In verband daarmee heeft de staatssecretaris van Financiën de Regeling functionele valuta gewijzigd. Gedurende de publicatiestop van een geldeenheid door de ECB zal gebruik worden gemaakt van de wisselkoers zoals deze wordt gepubliceerd in de Financial Times. Daarvoor is gekozen omdat deze informatie reeds beschikbaar is in de systemen van de Belastingdienst.


Lees meer  
 

Beperking verliescompensatie bij belangwijziging vennootschap

De Wet op de vennootschapsbelasting kent een bepaling die de verrekening van verliezen met latere winsten uitsluit ingeval het uiteindelijke belang in een vennootschap in belangrijke mate is gewijzigd. De uitsluiting van verliesverrekening is van toepassing op de verliezen die zijn geleden voor het tijdstip van de belangenwijziging.

Volgens de rechtbank Noord-Holland volgt uit de tekst van de wet niet dat op het moment van de belangenwijziging aanwezige latente verliezen als geleden moeten worden beschouwd. Uit de tekst volgt eerder het tegendeel, namelijk dat de beperking alleen betrekking heeft op verliezen die tot het moment van de belangenwijziging of aandeelhouderswisseling zijn gerealiseerd. Dat in de wettekst sprake is van “geleden” verliezen en niet van “gerealiseerde” verliezen brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Deze uitleg strookt met de jaarwinstbepaling volgens de regels van goedkoopmansgebruik. Volgens deze regels moeten verliezen uiterlijk in aanmerking worden genomen op het moment dat deze zijn gerealiseerd.

De rechtbank wijst erop dat de wetgever de gevolgen van de verliesverrekeningsbeperking enigszins heeft verzacht door de mogelijkheid te bieden om in afwijking van de regels van goedkoopmansgebruik bezittingen te herwaarderen. Verliezen uit de periode voor de aandeelhouderswisseling kunnen hierdoor zoveel mogelijk worden verrekend met stille reserves die in die periode zijn opgebouwd. De wetgever achtte het kennelijk nodig om uitdrukkelijk te bepalen dat in afwijking van de regels van goed koopmansgebruik rekening kan worden gehouden met latente winsten. De rechtbank ziet geen reden om zonder nadere bepaling voor de toepassing van het eerste lid rekening te houden met latente verliezen.


Lees meer  
 

Sociale verzekeringen

Wet betaald ouderschapsverlof

Op 2 augustus 2022 treedt de Wet betaald ouderschapsverlof in werking. Deze wet wijzigt de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enkele andere wetten om te voldoen aan een Europese richtlijn.

Ouders hebben recht op 26 weken ouderschapsverlof in de eerste acht levensjaren van hun kind. Dat verlof is in principe onbetaald, tenzij werkgever en werknemers daar andere afspraken over hebben gemaakt. Door de Wet betaald ouderschapsverlof worden de eerste negen van de 26 weken ouderschapsverlof betaald, mits het verlof wordt opgenomen in het eerste levensjaar van het kind. In het geval van adoptie of pleegzorg bestaat het recht op een uitkering gedurende de eerste negen weken van ouderschapsverlof tot één jaar na opname van het kind in het gezin, mits het kind jonger is dan acht jaar.

Het UWV betaalt in die periode een uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon van de ouder, tot een maximum van 70% van het maximum dagloon voor toepassing van de sociale zekerheidswetgeving.

De invoering van betaald ouderschapsverlof volgt op de invoering van extra geboorteverlof. Sinds 1 januari 2019 krijgen partners vijf werkdagen vrij direct na de geboorte van hun kind. Vanaf 1 juli 2020 kunnen zij daarnaast nog vijf weken betaald verlof opnemen in de eerste zes maanden na de geboorte van hun kind.


Lees meer  
 

Successiewet

Besluit waardering schenk- en erfbelasting geactualiseerd

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit met beleid over de waardering voor de schenk- en erfbelasting geactualiseerd. Het besluit bevat enkele nieuwe onderdelen.

Een van de nieuwe onderdelen betreft de waardering bij een quasi-wettelijke verdeling. In testamenten met een quasi-wettelijke verdeling wordt bepaald dat de langstlevende echtgenoot de nalatenschap kan verdelen alsof de wettelijke verdeling van toepassing is, met de mogelijkheid om een afwijkende verdeling te kiezen. Daarnaast bevat zo’n testament vaak een rentebepaling voor zover sprake is van een overbedeling van de langstlevende echtgenoot. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat, als de nalatenschap wordt verdeeld alsof sprake is van een wettelijke verdeling een tijdig gemaakte renteafspraak wordt gevolgd voor de erfbelasting.

Het tweede nieuwe onderdeel behandelt de waardering van een woning die is overgedragen tegen een lagere waarde dan de waarde in het economische verkeer of tegen schuldigerkenning van de koopsom met kwijtschelding. Er is dan sprake van twee afzonderlijke schenkingen. De eerste schenking betreft de verkoop tegen een koopsom die lager is dan de waarde in het economische verkeer. Voor de waardering geldt de WOZ-waarde van de woning. De tweede schenking betreft de (gedeeltelijke) kwijtschelding van de koopsom. De hoogte van de schenking is gelijk aan het bedrag van de kwijtschelding. De termijn waarbinnen de twee schenkingen elkaar opvolgen is voor de waardering van de schenkingen niet relevant.

Het derde nieuwe onderdeel is opgenomen naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad uit 2015 en betreft de waardering van een legaat van een woning tegen inbreng van de waarde. Volgens dit arrest moet het legaat, dat is de vordering van de legataris tot verkrijging van de woning, op de WOZ-waarde worden gewaardeerd. Dat geldt ook bij een legaat van een woning tegen inbreng van een deel van de waarde van de woning.


Lees meer  
 

Subsidies

Verhoging budget subsidie emissieloze vrachtwagens en bouwmachines

Het budget van de subsidieregeling voor de aanschaf van emissieloze vrachtwagens was op de eerste dag van de openstelling al op. De staatssecretaris van I en W heeft het subsidiebudget voor dit jaar verhoogd met € 11,5 miljoen bovenop de oorspronkelijke € 13,5 miljoen. De verhoging van het budget gaat ten koste van het budget voor de komende jaren. Op verzoek van de Tweede Kamer wordt onderzocht of het budget kan worden aangevuld.

Ook het subsidiebudget voor de aanschaf van schone bouwmachines is verhoogd. Oorspronkelijk was € 8,3 miljoen beschikbaar. Dat is verhoogd met € 22,2 miljoen. De regeling is bestemd voor de aanschaf van nieuwe machines of de ombouw van bestaande machines.

De budgetverhoging betekent niet dat nieuwe aanvragen kunnen worden ingediend. Het extra geld wordt verdeeld onder reeds ingediende aanvragen.


Lees meer  
 

Subsidieregeling SLIM gewijzigd per 1 juni 2022

De subsidieregeling SLIM (stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Ondernemers en samenwerkingsverbanden kunnen subsidie krijgen voor doorlichting van de onderneming voor het opstellen van opleidings- en ontwikkelplannen, loopbaanadviezen voor personeel of het bieden van praktijkleerplaatsen voor een (deel van een) mbo-opleiding. De regeling wordt uitgevoerd door het ministerie van SZW.

Hoogte subsidie

Voor het mkb bedraagt de subsidie maximaal € 25.000 per aanvraag. Voor landbouwbedrijven geldt een maximum van € 20.000. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten voor middelgrote bedrijven en 80% voor een kleinbedrijf. De subsidiabele kosten moeten ten minste € 5.000 bedragen. Aanvragen is mogelijk van 1 tot en met 30 september 2022.

Voor samenwerkingsverbanden geldt een minimumbedrag aan subsidiabele kosten van € 210.000. De subsidie voor een samenwerkingsverband bedraagt maximaal € 500.000 en maximaal € 200.000 per samenwerkingspartner.

Grootbedrijven in de horeca of recreatie kunnen maximaal € 200.000 subsidie aanvragen. Voor grootbedrijven in de landbouw geldt een maximum van € 20.000 per aanvraag.

Wijzigingen

De minister van SZW heeft de regeling per 1 juni 2022 gewijzigd om een aantal knelpunten daarin op te lossen. Zo was het niet mogelijk om de in een tijdvak niet benutte middelen door te schuiven naar een volgend tijdvak. Dat is nu zodanig gewijzigd dat doorschuiven van middelen binnen het kalenderjaar mogelijk is. Naar verwachting zal daardoor het subsidiebudget beter kunnen worden benut.

In de SLIM-regeling is opgenomen dat samenwerkingsverbanden en grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector subsidie kunnen aanvragen in de maand juni. Het aanvraagtijdvak voor deze doelgroep is met een maand verlengd naar juni en juli. Ook de behandelwijze van aanvragen van deze groep is gewijzigd. Aanvankelijk werd de volgorde van behandeling bepaald door loting. Dat gebeurt nu op volgorde van binnenkomst. Aanvragen kunnen daardoor direct in behandeling worden genomen. De volgorde van behandeling van aanvragen door het mkb blijft bepaald worden door loting.

Door de wijziging van de SLIM-regeling is er nu een grondslag voor de verstrekking van persoonsgegevens, die via de subsidieregeling zijn verkregen, aan de externe partij die het kennis- en ondersteuningsprogramma verzorgt. Dat maakt het mogelijk om de aanvragers op de hoogte te stellen van de ondersteuningsmogelijkheden en van passende informatie te voorzien. Voor de uitwisseling van contactgegevens is een verwerkersovereenkomst opgesteld. Over het beheer en gebruik van de contactgegevens zijn afspraken gemaakt, die passen binnen de kaders van de privacywetgeving.


Lees meer  
 

Invordering

Wijziging van Leidraad Invordering 2008

De Leidraad Invordering 2008 is per 1 juli 2022 gewijzigd. Gewijzigd is het beleid voor uitstel van betaling bij toeslagschulden. De Belastingdienst/Toeslagen kan bij het treffen van een betalingsregeling voor een toeslagschuld voor de berekening van de betalingscapaciteit van de betrokkene de artikelen uit de Leidraad die betrekking hebben op betalingsregelingen voor particulieren toepassen als dat gunstig uitpakt voor de betrokkene.

Daarnaast zijn enkele technische en redactionele wijzigingen doorgevoerd.


Lees meer  
 

Formeel recht

Bezwaarschrift in vreemde taal

De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift dat in een vreemde taal is gesteld, moet zorgen voor een Nederlandse vertaling als dat voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is. Wordt de vertaling in een dergelijk geval niet verstrekt, dan kan dat tot gevolg hebben dat het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Een in Duitsland gevestigde onderneming diende bij de Nederlandse Belastingdienst een bezwaarschrift in de Duitse taal in. In de ontvangstbevestiging vroeg de inspecteur om een vertaling van het bezwaarschrift in het Nederlands. Wegens het ontbreken daarvan is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hof Amsterdam was vervolgens van oordeel dat de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens het hof dient de behandelaar van het bezwaar te beoordelen of een Nederlandse vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is, mede gelet op zijn eigen kennis van de desbetreffende taal.

In cassatie voerde de belanghebbende aan dat hij alleen dan voor een vertaling van het bezwaarschrift zorg moet dragen als dat voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is.

Volgens de Hoge Raad mag een in een vreemde taal gesteld bezwaarschrift niet zonder meer om deze reden worden geweigerd. Of een vertaling van het bezwaarschrift voor een goede behandeling noodzakelijk is, is afhankelijk van alle feiten en omstandigheden van het geval. Uiterlijk in de uitspraak op bezwaar moet de inspecteur motiveren waarom hij een vertaling van het bezwaarschrift noodzakelijk vindt voor een goede behandeling van het bezwaar. Zonder motivering van de inspecteur kan de rechter niet toetsen of de inspecteur op goede gronden heeft gemeend dat een vertaling van het bezwaarschrift noodzakelijk is voor een goede behandeling van het bezwaar. De rechter moet dan de beslissing van de inspecteur vernietigen als de noodzaak van de vertaling in (hoger) beroep wordt betwist, tenzij de inspecteur alsnog toereikend motiveert waarom hij het bezwaar niet goed zou hebben kunnen behandelen zonder vertaling van het bezwaarschrift.

Omdat de inspecteur noch in de bezwaarfase, noch in het geding voor de rechtbank of het hof heeft gemotiveerd waarom hij het bezwaar niet goed zou hebben kunnen behandelen zonder vertaling van het bezwaarschrift, heeft hij het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.


Lees meer  
 

Europese regelgeving

Interne compensatie naheffing bpm

In een procedure over de heffing van bpm stond Hof Arnhem-Leeuwarden een beroep van de inspecteur op interne compensatie toe. De terugbetaling van teveel op aangifte betaalde bpm werd verminderd omdat de belanghebbende een te hoge afschrijving wegens schade had toegepast. De belanghebbende ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof, omdat interne compensatie in strijd zou zijn met het recht van de Europese Unie. Dat zou volgen uit het arrest Nicula van het Hof van Justitie EU.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het bedrag aan bpm, dat bij de registratie van een uit het buitenland afkomstige gebruikte personenauto moet worden voldaan, is de resultante van diverse elementen. In deze zaak heeft de belanghebbende bij de berekening van het te betalen bedrag aan bpm verschillende fouten gemaakt, zowel in zijn voordeel als in zijn nadeel. Wanneer de inspecteur bij de behandeling van het bezwaar tegen de op aangifte betaalde bpm aanvoert dat de belanghebbende bij de berekening ook een fout in zijn voordeel heeft gemaakt, is de teruggave beperkt tot het bedrag dat hij door de combinatie van gemaakte fouten te veel heeft betaald. Hebben de fouten bij elkaar genomen er niet toe geleid dat te veel belasting is betaald, dan wordt geen teruggaaf verleend. Dat geldt ook als de gemaakte fout in het nadeel van de belanghebbende het gevolg is van miskenning van het recht van de Europese Unie. Er is dan niet in strijd met het recht van de Unie belasting betaald. Het arrest Nicula leidt niet tot een andere slotsom.


Lees meer  
 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.