Nieuwsbrief 30 april 2026

Algemeen

Maatregelen energiecrisis

Het kabinet heeft een aantal maatregelen aangekondigd in verband met gestegen energiekosten. Anders dan door velen gevraagd, komt er geen verlaging van de accijnzen op brandstoffen.

Reiskostenvergoeding

In plaats daarvan wil het kabinet de maximale onbelaste reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht tot 1 januari verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Wil deze maatregel effect hebben, dan heeft het kabinet de medewerking van werkgevers nodig. De verhoging van de onbelaste vergoeding zou een prijsstijging van circa 30 cent per liter brandstof moeten compenseren.

Maatregelen voor bedrijven

Per 1 juli wordt de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers voor een half jaar gehalveerd. Voor vrachtauto’s gaat in die periode een nihiltarief gelden.

De garantieregeling ondernemersfinanciering (GO) wordt met vijf jaar verlengd, terwijl het borgstellingsdeel van het Borgstellingskrediet MKB (BMKB) voor de duur van een jaar wordt verhoogd.

Voor de visserijsector komt in het derde kwartaal een energie-efficiëntieregeling. Het kabinet maakt hiervoor € 25 miljoen vrij op de begroting van het ministerie van LVVN.

Er wordt versneld geld uit het Klimaat- en Energiefonds overgeheveld om het MKB te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. De Energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%.

Energiebesparing

Om de verduurzaming van woningen te versnellen maakt het kabinet geld vrij voor het Warmtefonds en voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Ook wordt er in 2027 geld vrijgemaakt voor de Subsidieregeling verduurzaming verenigingen van eigenaars (SVVE). Via het Nationaal Warmtefonds kunnen woningeigenaren een lening krijgen om hun woning te verduurzamen, ongeacht de hoogte van hun inkomen.

Noodfonds energie

Er komt een noodfonds energie voor mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening. De hoogte van de steun wordt gekoppeld aan de hoogte van de energieprijzen.

Inruilregeling

In het vierde kwartaal van 2026 komt er een inruilregeling voor oude fossiele brandstofauto’s. Deze regeling is een subsidie op de aanschaf van een gebruikte elektrische auto. De ingeruilde auto wordt vervolgens gesloopt. Deze regeling is bedoeld voor lagere inkomens.

Dalurenkaart openbaar vervoer

Tijdens de behandeling van de plannen in de Tweede Kamer heeft het kabinet het voorstel overgenomen om voor de zomermaanden een dalurenkaart voor het openbaar vervoer toe te voegen. Daarmee is het mogelijk om tegen een vast tarief per maand onbeperkt te reizen buiten de spitsuren.

Bekostiging

Deze maatregelen worden bekostigd door de afschaffing van de startersaftrek voor beginnende ondernemers en door versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Verder wordt de accijns op alcoholhoudende dranken voortaan jaarlijks geïndexeerd. De maatregelen voor energiebesparing en de inruilregeling voor fossiele brandstofauto’s worden gefinancierd uit het Klimaat- en Energiefonds.


Lees meer  
 

Ondernemingswinst

Consulente relatiebureau geen ondernemer

Een consulente sluit in 2011 een overeenkomst met een relatiebureau voor bemiddelingsdiensten, waarvoor zij een provisie ontvangt. Zij geeft haar inkomsten, variërend van € 11.705 (2016) tot € 17.023 (2019), aan als winst uit onderneming. Na een boekenonderzoek concludeert de inspecteur dat de inkomsten als loon uit (fictieve) dienstbetrekking moeten worden gekwalificeerd. 

Winst uit onderneming?

Het hof oordeelt dat de consulente onvoldoende zelfstandigheid en ondernemersrisico bezit. De consulente is verplicht de formulieren en betalingsafspraken van het bureau te gebruiken. Bij afwezigheid moet zij vervanging regelen via een andere consulent van het bureau. Verder is er geen bewijs van onderhandeling over de provisie. Bovendien heeft de consulente slechts één opdrachtgever, een overeenkomst voor onbepaalde tijd en geen aantoonbaar debiteuren- of investeringsrisico. Ook treedt zij niet naar buiten als ondernemer. De inkomsten kwalificeren daarom niet als winst uit onderneming. 

Fictieve dienstbetrekking 

Het hof concludeert dat er sprake is van een fictieve dienstbetrekking. De consulente verleent tegen beloning structureel bemiddeling om overeenkomsten tussen cliënten en het relatiebureau tot stand te brengen. De consulente werkt exclusief voor het bureau, wordt niet bijgestaan door anderen en haar inkomsten (provisie) zijn direct gekoppeld aan haar bemiddelingsactiviteiten. De navorderingsaanslagen zijn terecht.


Lees meer  
 

Inkomstenbelasting

Geen verkapt dividend zonder winstreserve

Een dga leent tientallen miljoenen van zijn vennootschappen om privé te beleggen in aandelen. De bank waarschuwt hem al vroeg dat hij de rente en aflossingen niet kan dragen. De inspecteur ziet de leningen als verkapte winstuitdelingen en legt over meerdere jaren aanslagen op. Het gaat om bijna € 250 miljoen aan belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Zonder winstreserve is volgens de rechtbank echter geen sprake van een verkapt dividend.

Wanneer is een lening een verkapte winstuitdeling?

Een lening van een vennootschap aan haar aandeelhouder is een onttrekking als vaststaat óf zo goed als zeker is dat de aandeelhouder niet kan of zal aflossen. Die onttrekking kwalificeert als verkapte winstuitdeling als zij kan plaatsvinden uit winst, winstreserves of te verwachten winst. Bovendien moeten zowel de vennootschap als de aandeelhouder zich bewust zijn van de vermogensverschuiving en de bedoeling om de aandeelhouder te bevoordelen.

Lenen in plaats van dividend

De dga leent in 2007 en 2008 in totaal € 60 miljoen van zijn vennootschappen om privé een effectenportefeuille op te bouwen. Als de waarde van die portefeuille keldert, vraagt hij zijn bank om een krediet van € 60 miljoen. De bank is alleen bereid het krediet te verstrekken als de dga in het jaar daarop € 30 miljoen aflost via een dividenduitkering van zijn vennootschappen. De accountmanager waarschuwt de kredietcommissie in niet mis te verstane bewoordingen: de dga kan in privé geen rente en aflossingen opbrengen. De dga kiest er vervolgens voor om niet via dividend af te lossen, maar om nog meer te lenen via de rekening-courant.

Faillissement

In 2011 verkoopt de dga via zijn vennootschappen een paardenbedrijf aan zijn zoon voor € 7 miljoen, terwijl het vermogen bijna € 21 miljoen bedraagt. Een hotel gaat naar zijn dochter voor € 1. In 2012 gaan de vennootschappen failliet, gevolgd door de dga zelf. De inspecteur merkt de leningen aan als verkapte winstuitdelingen en legt aanslagen op over 2009 tot en met 2012. De curator van de dga gaat in beroep.

2009: schatting inspecteur redelijk

Voor 2009 laat de rechtbank de schatting van de inspecteur in stand. De winstreserve bedroeg eind 2009 bijna € 90 miljoen. De bank had al aangegeven dat de dga de leningen niet kon dragen. Toch bleef hij lenen. De oplopende schuld vormde daarmee een onttrekking die uit de winstreserve kon plaatsvinden. De dga was als enig bestuurder van de vennootschap volledig op de hoogte van de situatie.

2011 en 2012: winstreserve uitgeput

Voor 2011 en 2012 oordeelt de rechtbank anders. In de eerdere jaren was al bijna € 96 miljoen als verkapt dividend belast. De winstreserve kon maximaal € 93 miljoen bedragen. Fiscaal was er dus geen positieve winstreserve meer. Bovendien had het hof in een strafzaak vastgesteld dat het faillissement vanaf oktober 2010 voorzienbaar was. Van te verwachten winst was dus evenmin sprake. Zonder winstreserve of te verwachten winst kan geen sprake zijn van een verkapte winstuitdeling. Voor 2012 geldt bovendien dat de schuld niet verder was opgelopen. Zonder nieuwe onttrekking geen winstuitdeling.

Schulden tellen niet mee in box 3

De inspecteur had de leningen niet als box 3-schuld in aanmerking genomen, omdat zij fiscaal waren geherkwalificeerd als winstuitdeling. Die beslissing blijft in stand. De schulden bestaan civielrechtelijk nog wel, maar fiscaalrechtelijk niet meer. De rechtbank formuleert het zo: de schulden zijn in fiscale zin afgenomen, afwijkend van de civielrechtelijke werkelijkheid. Dat levert een dubbel nadeel op: de lening wordt belast als inkomen uit aanmerkelijk belang én komt niet meer in mindering op het box 3-vermogen.


Lees meer  
 

Omzetbelasting

Magische truffels geen voedingsmiddel

Een onderneming verkoopt magische truffels die psychoactieve stoffen bevatten en bij consumptie psychedelische effecten geven. Deze truffels vallen niet onder de Opiumwet en kunnen vrij worden verhandeld. De onderneming voldoet btw naar het algemene tarief, maar maakt bezwaar. Zij is van mening dat het verlaagde tarief voor voedingsmiddelen van toepassing zou moeten zijn. De Belastingdienst vindt dat magische truffels vanwege hun hallucinerende werking als genotmiddelen moeten worden aangemerkt en onder het algemene btw-tarief vallen. 

De Hoge Raad benadrukt dat de Nederlandse bepalingen over het verlaagde btw-tarief moeten worden uitgelegd in overeenstemming met de btw-richtlijn. Het Hof van Justitie heeft in een eerder arrest geoordeeld dat "levensmiddelen voor menselijke consumptie" betrekking hebben op producten met voedingsstoffen die dienen voor de opbouw, energievoorziening en regulering van het menselijk organisme, en die worden geconsumeerd om die stoffen toe te dienen. Een product dat geen of een volstrekt te verwaarlozen hoeveelheid voedingsstoffen bevat en waarvan de consumptie uitsluitend andere effecten beoogt dan die welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het menselijk organisme, valt niet onder deze categorie.

Magische truffels kunnen vanwege hun psychedelische effecten slechts in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd. Daardoor is de inname van noodzakelijke voedingsstoffen verwaarloosbaar. Bovendien worden de truffels uitsluitend geconsumeerd voor een ander doel dan het innemen van noodzakelijke voedingsstoffen. De Hoge Raad oordeelt daarom dat magische truffels niet onder het verlaagde tarief vallen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel, gebaseerd op eerdere arresten over paddenstoelen, faalt. Magische truffels (sclerotia) zijn anders dan de in die zaken bedoelde paddenstoelen (vruchtlichamen van een zwam).


Lees meer  


 Btw volledig aftrekbaar dankzij oude afspraak

Een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking bouwt een nieuw complex met productieruimten. In die ruimten maken cliënten goederen voor de verkoop, zoals vogelhuisjes, tassen en bakkerijproducten. Ook verrichten zij diensten aan derden, zoals verpakkingswerk. De instelling wil de btw op de bouwkosten volledig aftrekken.

Inspecteur: gemengd gebruik

De inspecteur gaat niet mee in volledige aftrek. De productieruimten worden niet alleen gebruikt voor belaste verkoop, maar ook voor de dagbesteding van cliënten. Die dagbesteding is een vrijgestelde prestatie waarvoor de instelling een vergoeding ontvangt uit publieke middelen. Er is dus sprake van gemengd gebruik. De inspecteur staat daarom slechts 4% btw-aftrek toe, berekend naar de verhouding tussen belaste en vrijgestelde omzet.

Rechtbank: inspecteur heeft wettelijk gelijk

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur wettelijk gezien gelijk heeft. Echter, in 2007 heeft de instelling de Belastingdienst gevraagd om bevestiging van haar werkwijze. Zij stuurde daarbij een overzicht mee van al haar locaties met de gehanteerde aftrekpercentages. Voor de productielocaties hanteerde zij 100% aftrek. In 2009 heeft de Belastingdienst een boekenonderzoek uitgevoerd. In het controlerapport staat: "Op basis van bovengenoemde specificaties en de gepresenteerde cijfers wordt toegestaan dat de toegepaste percentages bij ongewijzigde omstandigheden tot nadere afspraak worden gehanteerd."

Afspraak geldt ook voor nieuw complex

De rechtbank honoreert het beroep op het vertrouwensbeginsel. Relevant voor dit oordeel is dat de activiteiten sinds 2009 niet zijn veranderd. Het enige verschil is dat de productielocaties nu worden samengevoegd in één nieuw complex. De rechtbank verwerpt de stelling van de inspecteur dat de afspraak uit het boekenonderzoek niet geldt voor nieuwe gebouwen. Als de inspecteur had willen voorkomen dat de afspraak zou gelden voor nieuwe investeringen, had hij een duidelijk voorbehoud moeten maken. Dat heeft hij niet gedaan en daarnaast is de afspraak nooit opgezegd. De instelling mag de btw op de bouwkosten van de productieruimten daarom volledig aftrekken.


Lees meer  
 

Arbeidsrecht

Werkgever mag 9-urige werkdag weigeren

Een werknemer werkt 40 uur per week bij een bv. In 2025 verzoekt hij om zijn werkuren te verminderen naar 36 uur per week, verdeeld over vier dagen van negen uur, met de donderdag als vaste vrije dag. De werkgever stemt in met de vermindering van uren en de vaste vrije dag, maar wijst het verzoek om negen uur per dag te werken af. De werkgever draagt alternatieven aan, zoals een werkweek van viereneenhalve dag of afwisselend vier en vijf dagen van acht uur. De werknemer vindt dat zijn belang om vier dagen van negen uur te werken zwaarder weegt dan het belang van de werkgever. Hij vordert daarom bij de rechter dat de werkgever hem moet toestaan negen uur per dag te werken.

Belangenafweging 

Volgens de Wet Flexibel Werken (Wfw) stelt de werkgever de spreiding van de uren vast overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij de werkgever een zodanig belang heeft dat de wens van de werknemer daarvoor moet wijken. De werknemer stelt dat hij belang heeft bij een werkweek van vier dagen van negen uur voor een betere balans tussen werk en privé en meer mentale rust. Financieel is het voor hem niet haalbaar om vier dagen van acht uur (32 uur per week) te werken. De werkgever voert aan dat een werkdag van meer dan acht uur niet wenselijk is. Dit beleid voorkomt organisatorische en roostertechnische problemen, mentale en fysieke overbelasting, en verminderde productiviteit. Ook wil de werkgever precedentwerking voorkomen en stelt hij dat het onrust binnen het team zal veroorzaken.

Werkgever krijgt gelijk

Bij de belangenafweging blijkt dat het belang van de werknemer om één dag per week vrij te zijn en niet te veel terug te gaan in salaris, niet zwaarder weegt dan het belang van de werkgever bij een werkdag van acht uur. Het beleid is niet in strijd met de Wfw, omdat de werkgever bij elk verzoek een individuele belangenafweging maakt en bij zwaarwegende persoonlijke omstandigheden wel afwijkingen toestaat. De werknemer heeft, afgezien van de wens voor een betere werk-privébalans zonder loonverlies, geen zwaarwegende persoonlijke belangen aangevoerd.


Lees meer  
 

Formeel recht

Verzendtheorie geldt niet voor verzoek ambtshalve vermindering

Een per post verzonden bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd én niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze bepaling uit de Awb wordt ook wel de gemitigeerde verzendtheorie genoemd. Er zijn geen wettelijke bepalingen of andere rechtsregels die bepalen dat de gemitigeerde verzendtheorie ook van toepassing is op een verzoek om ambtshalve vermindering.

Verzoek te laat

Een man ontvangt in 2015 een uitnodiging, herinnering en aanmaning om aangifte inkomstenbelasting voor 2014 te doen. Hij reageert hier niet op. Als gevolg daarvan stelt de inspecteur de aanslag ambtshalve vast. Vier jaar later, op de laatste dag van 2019, stuurt de gemachtigde van de man een verzoek per post om deze aanslagen ambtshalve te verminderen. Het verzoek wordt op 2 januari 2020 door de inspecteur ontvangen. De inspecteur vraagt vervolgens om aanvullende informatie. In maart levert de gemachtigde een resultatenrekening over 2014 aan en dient ook een aangifte voor dat jaar in. De inspecteur besluit het verzoek om ambtshalve vermindering toch af te wijzen, met als reden dat het te laat werd ingediend.

Op tijd gepost

De wettelijke vijfjaarstermijn voor ambtshalve vermindering eindigde op 31 december 2019. De gemachtigde van de man stelt dat hij het verzoek op tijd heeft ingediend. Hij heeft de brief met het verzoek immers voor het einde van de termijn op de bus gedaan. Het beroep op de verzendtheorie biedt echter geen uitkomst. Het hof oordeelt dat de verzendtheorie alleen van toepassing is op bezwaar- of beroepschriften en niet op een verzoek om ambtshalve vermindering.


Lees meer  

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.